Zo zien de kieslijsten voor de Tweede Kamerverkiezingen eruit

Volgens de peilingen maken 17 verschillende partijen kans om na de verkiezingen in de Tweede Kamer terecht te komen. Die 17 partijen hebben tezamen 747 kandidaten op de lijst staan die niet kunnen wachten om een zetel in te nemen. Zijn die kandidaten eigenlijk een beetje gevarieerd, of is het stiekem allemaal eenheidsworst? Tijd om daar eens een licht op te werpen.

Aan de Tweede Kamerverkiezingen van 15, 16 en 17 maart doet een recordaantal van 37 partijen mee. Niet alle partijen zijn in alle kieskringen vertegenwoordigd, maar desondanks is de keuze reuze. Van die 37 partijen zijn er dertien al vertegenwoordigd in de Tweede Kamer. Daarnaast zijn de partijen Lijst Henk Krol en Splinter wel opgezet door eenmansfracties uit de Tweede Kamer, maar zijn ze daarin nog niet vertegenwoordigd onder hun nieuwe naam.

JA21 heeft nog enkele zetels in de Eerste Kamer en verschillende Provinciale Staten, NIDA heeft enkele zetels in gemeenteraden van Rotterdam, Den Haag en Almere, BIJ1 heeft een zetel in de gemeenteraad van Amsterdam, en Richard de Mos probeert in de gemeenteraad van Den Haag officieus het geluid van Code Oranje alvast te vertolken. De overige negentien partijen die meedoen hebben in ons land nog geen vertegenwoordiging gevonden.

In deze analyse neem ik alle partijen mee die op minstens één zetel in de meeste peilingen staan. Dat zijn alle partijen in de Tweede Kamer (met uitzondering van de partijen van Henk Krol en Femke Merel van Kooten-Arissen), JA21, BIJ1, Code Oranje en Volt. Laat je daar dus niet door bedotten: er zijn veel meer partijen dan alleen deze zeventien, en ik raad aan je daar vooral in te verdiepen om een evenwichtige keuze te kunnen maken.

In deze analyse zijn overigens alleen de nationale kandidaten meegenomen die in alle kieskringen meedoen. Veel partijen hebben ook nog regionale kandidaten die specifiek worden afgevaardigd voor een bepaalde regio, maar die worden in deze analyse niet behandeld.

SGP de meeste mannen, BIJ1 de meeste vrouwen
Laten we eerst eens kijken naar de verhoudingen tussen mannen en vrouwen op elke kieslijst. Daarbij geldt vaak: hoe rechtser de partij, hoe minder vrouwen er procentueel gezien op de kieslijst staan. Bij 50PLUS, Forum voor Democratie en JA21 staan er slechts zes op de lijst, en bij de SGP staan er, niet geheel verrassend, geen vrouwen op de lijst. DENK is de enige linksgeoriënteerde partij die ook relatief weinig vrouwen op de lijst heeft staan.


Kijken we naar de hoogste positie die op elke lijst door een vrouw wordt bezet, dan tekent zich een vergelijkbaar patroon af. Linkse partijen zetten vaker een vrouw op de eerste plaats dan rechtse partijen dat doen. De Partij voor de Dieren, D66, de PvdA, BIJ1, 50PLUS en de SP hebben allen een vrouwelijke lijsttrekker. Wat de overige partijen betreft: de VVD, JA21, GroenLinks, de PVV en de ChristenUnie zetten hun eerste vrouw op de tweede plaats, Code Oranje en het CDA op de derde plaats, de hoogste vrouw op de DENK-lijst staat op plaats vier en die van Forum voor Democratie pas op plaats vijf.

50PLUS, JA21 en Forum voor Democratie hebben slechts twee vrouwen in de top tien staan. De VVD, GroenLinks, de PvdA en de Partij voor de Dieren hebben meer vrouwelijke topkandidaten, want bij hen is zes van de tien topkandidaten een vrouw. BIJ1 scoort wat vrouwen betreft op alle fronten het hoogst; zij hebben naast hun vrouwelijke lijsttrekker nog zes andere vrouwen in de top tien staan.

De slechte vertegenwoordiging van vrouwen bij Forum voor Democratie is volgens Julia Wouters, voormalig PvdA-adviseur en schrijfster van het boek De zijkant van de macht, over de positie van vrouwen in de politiek, wel te verklaren. “Forum voor Democratie is echt een mannenpartij.” Ze legt uit: “Hun verkiezingsprogramma is niet op de verbetering van de positie van vrouwen gericht en de vrouwen die bij Forum voor Democratie op de lijst mogen staan zijn ook uitgesproken anti-feministisch. Op het moment dat zulke vrouwen echter kritisch worden op de partijlijn, schildert Thierry Baudet ze op een negatieve manier af.” Door het vrouwonvriendelijke programma en de seksistische uitspraken die Baudet gedaan heeft, zullen weinig vrouwen zich aangesproken voelen zich voor zo’n partij te kandideren, denkt Wouters.

Dit verhaal was nooit gerealiseerd zonder de steun van mijn abonnees en donateurs. Door hun financiële bijdrage heb ik de ruimte om onafhankelijke journalistiek te bedrijven. Dat is van grote waarde voor onze democratie. Help me ook de macht te controleren en ongure zaken aan de kaak te stellen. Word abonnee voor drie euro per maand.


Bij de SGP doet zich een soortgelijke situatie voor. Wouters: “Bij de SGP zien ze vrouwen als even waardevol als mannen, maar geloven ze vooral dat vrouwen een andere taak in het leven hebben.” Volgens Wouters verklaart dat waarom zij geen vrouwen op de lijst hebben gezet: ”Je ziet daarin overigens wel een ommeslag. De SGP handhaafde een aantal jaar geleden een verbod op vrouwen op de kieslijst, maar door een rechterlijke uitspraak moeten zij nu wel vrouwen accepteren. Lokaal zie je ook enkele vrouwen voor de SGP in de raad zitten, dus daar verandert wel wat, maar het blijft een soort middeleeuws idee, wat mij betreft.

Wat vrouwen in de politiek betreft, is er echter wel een stijgende lijn zichtbaar, al stijgt die lijn volgens Wouters heel zwakjes. “Als je ziet hoe goed vrouwen het doen op middelbare scholen, op het hoger onderwijs en op de universiteit, en dat vergelijkt met het aantal vrouwen in bestuurlijke functies, dan stijgt het aantal vrouwen in de politiek belachelijk langzaam.” Daar kunnen mannen in hoge functies ook wat aan doen, betoogt Wouters. “Als zij openstaan voor het debat, zich bewust worden van hun onbewuste vooroordelen en bereid zijn na te denken over hun eigen functie, kunnen ze een positieve bijdrage leveren aan de emancipatie van vrouwen. Vooral luisteren naar vrouwen is van belang.”

Als er geen kandidaten met voorkeursstemmen zouden worden gekozen, zouden er op dit moment op basis van de peilingen 59 vrouwen verkozen worden in de Tweede Kamer. Dat zijn er dertien meer dan de 46 vrouwen die momenteel in de Tweede Kamer zitten.

Oud, ouder, oudst
Gemiddeld is een kandidaat op de kieslijsten iets jonger dan 44 jaar. De jongste kandidaat is de 18-jarige Leon Baten. Hij staat op de kieslijst van JA21. De oudste kandidaat heet Wil van Soest; zij is 84 jaar en is kandidaat voor Code Oranje. De kandidaten op de lijst van 50PLUS zijn gemiddeld het oudst, gevolgd door de kandidaten van Code Oranje en de PVV. De kandidaten van DENK, Volt en de PvdA zijn gemiddeld het jongst.


Op de kieslijsten staan hoofdzakelijk dertigers en veertigers. Toch staan er ook vier tieners en twintig zeventigplussers op de kieslijsten. De allerjongste individuele kandidaten komen vooral voor de rekening van Volt, Forum voor Democratie en de PvdA. De alleroudste individuele kandidaten zijn het vaakst te vinden op de lijsten van 50PLUS en Code Oranje. Forum voor Democratie heeft samen met de Partij voor de Dieren en het CDA wat leeftijd betreft de meest gemiddelde lijst.



Stad en provincie
Als we kijken naar de provincies waar kandidaat-Kamerleden woonachtig zijn, zijn de Randstedelijke provincies, Zeeland en Groningen goed vertegenwoordigd op de kieslijsten. Electoraal geograaf Josse de Voogd legt uit: “Het centrum van een land en de periferie zijn beiden vaak beter vertegenwoordigd dan wat daar tussenin ligt. Mensen klonteren samen in het centrum van het land omdat daar hun werk zit, en in dit geval ook de politiek zit.” Volgens De Voogd worden er vervolgens als tegenhanger bewust kandidaten van heel ver weg bijgehaald om die balans te herstellen. “Daarmee missen politieke partijen echter vaak wat er tussenin zit. Dat zie je hier ook: de stille middenprovincies Noord-Brabant en Gelderland zijn best wel slecht vertegenwoordigd. Ze hebben een wat minder uitgesproken imago en kunnen zich nationaal wat minder sterk als periferie profileren dan een provincie als Groningen.”

Het zal niemand verbazen dat er veel kandidaten in de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht woonachtig zijn. Ruim 29% van de kandidaat-Kamerleden, 213 stuks, woont in één van die vier steden, terwijl slechts 14% van de bevolking in die vier steden woont. De Voogd ziet in de Randstad vooral hele lichte accentverschillen tussen partijen. “Kandidaten van conservatieve partijen zitten wat meer in de zuidvleugel van de Randstad, rondom Den Haag en Rotterdam, en kandidaten van progressieve partijen iets meer in de noordvleugel, rondom Amsterdam en Utrecht.” Bij de VVD en D66 echter is de vertegenwoordiging van de kandidaten in het noorden en zuiden van de Randstad eigenlijk redelijk gelijk.

De Voogd benadrukt dat partijen vaak de uitersten opzoeken en daarbij middelgrote gemeenten vaak lijken te vergeten, terwijl dat wel belangrijke plaatsen kunnen zijn. “In Culemborg, Meppel, Zoetermeer en de randgemeenten van Rotterdam wonen relatief veel mensen, maar dat zijn steden die net als sommige provincies niet per se erg uitgesproken zijn, en daarom in campagnes soms worden vergeten. Dat is zonde, want al die middelgrote gemeenten tikken qua inwoneraantal wel aan.”

Ook Noord-Brabant kan tijdens deze verkiezingen een sleutelrol hebben. “In het zuiden zijn ze vaak wat wispelturiger en wisselen ze vaak tussen partijen. Men heeft daar over het algemeen wat minder sterk een duidelijke binding met een partij, en als een lijsttrekker dan uit de eigen regio komt, dan geeft dat gewoon een hoop bonusstemmen. Dat zie je bijvoorbeeld duidelijk bij de SP, die in Oost-Brabant ineens heel veel stemmen trok toen Emile Roemer lijsttrekker was, en nu weer nu Lilian Marijnissen lijsttrekker is. Daarnaast wordt het inwoneraantal in Noord-Brabant vaak erg onderschat.”

Volgens De Voogd is het vaak een combinatie van factoren die bepaalt waar kandidaat-Kamerleden vooral wonen. “Het is een optelsom van bevolkingsdichtheid, waar een partij sterk is, waar de politiek gevestigd is en ook waar relatief veel hogeropgeleiden wonen. In absolute zin wonen er in Utrecht meer PVV-stemmers dan in PVV-bolwerk Kerkrade, omdat Utrecht nou eenmaal veel groter is, en dus is de kans ook groter om daar een kandidaat-Kamerlid tegen te komen dan in de provincie.”

Het verschilt ook een beetje per regio of kiezers waarde hechten aan lokale kandidaten. De Voogd: “Lokale kandidaten zijn denk ik belangrijker dan de hoogopgeleide journalisten en wetenschappers beseffen, maar ze zijn zeker niet allesbepalend. Vooral herkenning is belangrijk, en die herkenning kan zich ook manifesteren in een persoon die heel ergens anders woont, maar bijvoorbeeld wel in een vergelijkbaar gebied.” Toch is het ook lastig om een lokale kandidaat meteen namens een bepaald gebied af te vaardigen: “Je kunt wel een Drent op de lijst zetten, maar in Drenthe zijn er zowel plaatsen met veel rijke gepensioneerden, mensen die dure dorpen wonen, en arme mensen in een weinig toeristisch veengebied. Recht doen aan alle verschillende groepen binnen een regio, blijft een complexe zaak.”

Tien kandidaten wonen in het buitenland. Opvallend genoeg is Forum voor Democratie de partij die de meeste kandidaten uit een buitenlandse woonplaats op de lijst heeft staan. Maar liefst vier kandidaat-Kamerleden van Forum wonen niet in Nederland. Dat de partij zoveel kandidaten in het buitenland heeft, kan er volgens De Voogd mee te maken hebben dat zij binnen de landsgrenzen toch wat lastig hooggekwalificeerde kandidaten kunnen krijgen.

In principe weet het gros van de partijen wel kandidaten uit het hele land op de kaart te zetten. DENK en BIJ1 hebben daar wat meer moeite mee; zij zijn vooral in de grote steden in de Randstad en het midden van het land goed vertegenwoordigd. BIJ1 is wel de enige partij die een kandidaat uit Caribisch Nederland heeft aangeleverd.

Bestuurders en arbeiders
Het gros van de politieke partijen heeft veel mensen op de lijst gezet die al bestuurlijke ervaring hebben of die al lokaal of provinciaal volksvertegenwoordiger zijn. Zo zet de PVV twintig Tweede Kamerleden op haar lijst, de VVD en het CDA vijftien en GroenLinks dertien. Forum voor Democratie zet achttien Statenleden op haar lijst en JA21 twaalf. Met alle Statenleden op deze zeventien lijsten zou je theoretisch de halve Tweede Kamer kunnen vullen. Met alle lokale raadsleden op de lijsten, kan je zelfs de hele Tweede Kamer vullen.

Partijen lijken het in elk geval prettig te vinden veel mensen op de lijst te zetten die al politiek actief zijn namens hun partij. Hoogleraar politicologie aan de Universiteit Leiden en Eerste Kamerlid voor de PvdA Ruud Koole begrijpt dat wel. “Ze zetten natuurlijk veel volksvertegenwoordigers uit de regio of uit de provincie op de lijst om lokale bestuurservaring in de Tweede Kamer te brengen”.

Dat is echter niet per se een goede ontwikkeling, vindt hij: “Partijen vinden een kandidaat goed als die zich op bestuurlijk gebied heeft bewezen. Dat is ook wel van belang, maar als je te veel bestuurlijke kandidaten op je lijst hebt staan, loop je het risico dat het volksvertegenwoordigende aspect van het Kamerlidmaatschap raakt ondergesneeuwd. Kamerleden zijn dan meer bezig met besturen dan met het vertegenwoordigen van het land.”


Een ander neveneffect dat veel lokale of regionale kandidaten op de lijst zetten heeft, is dat partijen de functies van vertrekkende lokale kandidaten wel weer moeten opvullen. Dat kan de kwaliteit van de lokale politiek aantasten, betoogt Koole: “Als er wethouders tussentijds opstappen, veroorzaakt dat in ieder geval doorstroming op lokaal niveau. Dan moet een nieuwe wethouder zich ineens inwerken. Er gaat dan natuurlijk lokale ervaring verloren.”

Nieuw talent en oude rotten
Als we kijken naar de hoogste nieuwkomers per partij – dus de eerste kandidaat die niet in de Eerste of Tweede Kamer zit of een bewindspersoon is -, zien we uiteraard dat nieuwe partijen hun hoogste nieuwkomer op de eerste plaats hebben staan. Maar ook 50PLUS heeft de hoogste nieuwkomer op de eerste plek: lijsttrekker Liane den Haan won de lijsttrekkersverkiezing van de huidige fractievoorzitter Corrie van Brenk.

De hoogste nieuwkomer van de PVV staat pas op plek 23: de eerste 22 plekken worden gevuld door vrijwel alle huidige Tweede Kamerleden én senator Marjolein Faber. Nicole Moinat, momenteel fractievoorzitter van de PVV in Purmerend, mag de drieëntwintigste plek op de PVV-lijst vullen. Ook de VVD heeft pas relatief laat een nieuw persoon op de lijst staan: op de twaalfde plek staat Eelco Heinen, momenteel de politiek secretaris van de VVD in de Tweede Kamer.


Ruud Koole benadrukt dat politieke partijen er verstandig aan doen een gezonde mix van kandidaten op de lijst te zetten. “Je hebt mensen nodig die bestuurlijke ervaring hebben. Dat kan in de politiek zijn, maar bijvoorbeeld ook op de universiteit of in het bedrijfsleven. Zij kunnen bijdragen aan een stevig parlement, dat je nodig hebt om de regering te kunnen controleren.” Hij vervolgt: “Daarnaast heb je natuurlijk jong talent nodig. In het ideale geval zorg je binnen een partij voor voldoende doorstroming, zodat jong talent de kans heeft om ervaren politici te worden, die op hun beurt weer de ruimte geven aan nieuw jong talent.”

Hoe divers een lijst uiteindelijk ook is: kandidaten blijven slechts kandidaten en je moet als partij veel zetels halen om voldoende divers te kunnen zijn. Ruud Koole: “Vroeger had je nog echt grote partijen. Toen was het veel gemakkelijker om binnen een partij voldoende verscheidenheid aan te brengen.” Josse de Voogd: “ Je moet wel dertig zetels hebben om veel verschillende groepen goed te kunnen representeren. In het parlement is de VVD momenteel de enige die dat een beetje kan doen. Het gros van de mensen op de kieslijst blijft natuurlijk gewoon kandidaat. Je krijgt ze nooit allemaal de Tweede Kamer in.” ●

Opbrengsten en uitgaven
Journalistiek onderzoek kost tijd en geld. Dit verhaal heeft mij als zelfstandig journalist 38 uur werk gekost. Daarmee is dit verhaal wat arbeidslast betreft 1295,42 euro waard. Daarnaast zijn er andere kosten gemaakt, zoals telefoonkosten. Die kosten bedragen bij dit verhaal 4 euro. De totale waarde van mijn journalistieke werkzaamheden voor dit verhaal komen daarmee neer op 1299,42 euro.

Met dank aan mijn abonnees en donateurs heb ik aan dit verhaal 52,20 euro verdiend. Helaas heb ik dus nog niet alle kosten weten te dekken. Help me nu mijn begroting te dichten en sluit een abonnement af. Alleen als ik voldoende abonnees kan ik onafhankelijke journalistiek blijven bedrijven.

Share on facebook
Share on twitter
Share on tumblr
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Nog meer bijzondere verhalen

Eén reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.