Wethouders die elders willen wonen kosten de schatkist een lieve duit

Bijna tweehonderd wethouders wonen niet in de gemeente waar ze werkzaam zijn. Dat blijkt ook nog eens aardig wat geld te kosten. Wethouders krijgen namelijk een kilometervergoeding om te pendelen tussen gemeente en woonplaats. Een vergoeding die door de belastingbetaler betaald wordt. Dit is het tweede deel van een tweeluik.

Het bedrag dat in totaal aan Nederlandse wethouders die buiten hun eigen gemeente wonen aan reiskosten is uitgekeerd is minstens 387.340,49 euro, blijkt uit onderzoek van deze journalist. Het is een bedrag dat goed is voor ruim veertien netto modale jaarinkomens. Het is ook een onnodig bedrag: als  al deze wethouders binnen hun eigen gemeente zouden wonen, zou het totaalbedrag namelijk aanzienlijk lager zijn. In sommige gemeenten krijgen wethouders die in de betreffende gemeente wonen vanwege de korte afstand bijvoorbeeld helemaal geen reiskostenvergoeding.


Sommige wethouders van buiten de gemeente krijgen ook geen reiskostenvergoeding of hebben van hun reiskostenvergoeding afgezien, maar andere wethouders van buitenaf hebben tijdens hun wethouderschap duizenden euro’s ontvangen. Een handjevol wethouders kreeg in zijn of haar loopbaan zelfs meer dan tienduizend euro. Het eerder genoemde totaalbedrag is overigens nog hoger: niet alle gemeenten konden of wilden volledige openheid van zaken geven over de reiskostenvergoedingen die aan hun wethouders werden uitgekeerd.


Er zijn over het algemeen twee redenen waarom sommige wethouders meer reiskostenvergoeding krijgen dan andere: de afstand tot het gemeentehuis en de duur van hun wethouderschap. Een wethouder die al vier jaar vijftig kilometer van het gemeentehuis woont, heeft de afgelopen jaren tenslotte meer reiskostenvergoeding gekregen dan een wethouder die pas een half jaar tien kilometer van het stadhuis woonachtig is. Veel wethouders die een hoge vergoeding ontvangen, brengen die nuance aan.


De hoge vergoedingen
Wethouder Ted Kok van de gemeente Aalten woont bijvoorbeeld al twaalf jaar buiten de gemeente waar hij wethouder is, en kreeg daar in die twaalf jaar in totaal 30.065,71 euro voor. Hij is woonachtig in Didam en legt 31 kilometer af om op het stadhuis te komen. “Andere collega’s van mij maken ook reiskosten voor het woon-werkverkeer,” zegt Kok daar zelf over. “Dat is onderdeel van onze functie. Ik heb echter nooit iets anders gedeclareerd dan reiskosten, want ik doe er alles aan om de kosten voor de gemeente zo laag mogelijk te laten uitvallen,” zegt de wethouder.

 

Dit verhaal was nooit gerealiseerd zonder de steun van het Steunfonds Freelance Journalisten van stichting Matchingfonds De Coöperatie, mijn abonnees en donateurs. Door hun financiële bijdrage heb ik de ruimte om onafhankelijke journalistiek te bedrijven. Dat is van grote waarde voor de journalistieke controle op onze machthebbers. Help me ook de macht te controleren en ongure zaken aan de kaak te stellen. Word abonnee voor drie euro per maand of doneer.


Van de reiskosten afzien, wil Kok niet. Hij kent de gemeente inmiddels ook goed genoeg om er niet zelf te hoeven wonen, vindt hij. “De binding is vanzelfsprekend iets minder dan wanneer je er woont, maar ik probeer mijn ambt wel zo in te vullen dat mensen niet het idee hebben dat ik van buiten ben,” zegt Kok. “Ik denk dat ik bovengemiddeld veel weet van wat er in de gemeente momenteel speelt. Ik zit er inmiddels ook al meer tien jaar, dus dan leer je zo’n gemeente natuurlijk goed kennen.”


Op de tweede plaats van hoge reiskosten staat wethouder Wolbert Meijer van de gemeente Heerde. Hij woont inmiddels zes jaar in het 23 kilometer verderop gelegen Hasselt en kreeg in totaal 15.014,98 euro om heen en weer te pendelen tussen zijn huis en het gemeentehuis. “Die reiskostenvergoeding is gewoon onderdeel van mijn secundaire arbeidsvoorwaarden”, zegt Meijer. “Als je langer wethouder bent, is het niet raar dat je ook in totaal een hogere reiskostenvergoeding hebt. Je komt dan vanzelf bovendrijven in een ranglijst.”


De hoge vergoeding beweegt Meijer niet om van zijn reiskostenvergoeding af te zien of om toch naar de gemeente Heerde te verhuizen. “Ik heb vooraf aangegeven dat ik blijf wonen waar ik woon. Ik doe mijn werk met veel plezier en mijn ontheffingsverzoeken zijn door de gemeenteraad altijd unaniem aangenomen,” zegt Meijer. Hij is er ook voor om de ontheffing te verruimen. “Volgens mij zou je bij een nieuwe raadsperiode de afspraak moeten kunnen maken om wethouders van buiten meteen voor vier jaar ontheffing te verlenen.”

 


Een brug te ver
Dat was een paar jaar geleden, vanaf 2017, ook de inzet. Een meerderheid in de Tweede Kamer wilde gemeenteraden de gelegenheid geven om wethouders van buiten meteen voor vier jaar een ontheffing te verlenen. De gemeenteraden zouden dan niet meer elk jaar ontheffing hoeven te verlenen en een wethouder zou dan een hele raadsperiode ‘van buiten’ mogen zijn, zonder het risico te lopen dat de gemeenteraad zo’n wethouder zou dwingen om toch te gaan verhuizen.


De Eerste Kamer hield dat echter tegen. Daar was een meerderheid van mening dat gemeenteraden nog wel elk jaar die ontheffing zouden moeten verlenen. Verschillende partijen beargumenteerden dat er zo elk jaar een wegingsmoment is in de gemeenteraad waarop raadsleden hun standpunt kunnen heroverwegen. Zo wordt er in elk geval niet lichtzinnig over het woonplaatsvereiste gedacht, was de gedachte.


Een ingewijde van de toenmalige Eerste Kamerfractie van de VVD, die niet bij naam genoemd wil worden, laat ook weten dat het geen logische beslissing was om het woonplaatsvereiste te versoepelen. “Als we de versoepeling van die regeling hadden doorgezet, dan hadden we het woonplaatsvereiste destijds net zo goed helemaal kunnen afschaffen,” zegt de ingewijde.

 

Top tien wethouders met de hoogste totale vergoedingen

WethouderGemeenteTotale vergoeding
Ted KokAalten30.065,71
Wolbert MeijerHeerde15.014,98
Niko WiendelsBuren14.138,59
Gerrit OvermansHilvarenbeek13.092,66
Harry van WaverenHoeksche Waard10.960,97
Koos KrookSteenbergen9.806,88
Patrick KokZundert9.427,00
Gijs van LeeuwenZaltbommel9.398,07
Hans BoerkampRhenen9.117,05
Jos HuizingaZwijndrecht9.077,00

 

De VVD was een van de vier partijen die in de Tweede Kamer voor de versoepeling stemde, maar in de Eerste Kamer tegen. “Wij waren van mening dat een versoepeling ervoor had gezorgd dat er voor het woonplaatsvereiste geen goede wettelijke basis meer zou zijn. Dat vereiste zou dan de facto weinig meer waard zijn,” laat de ingewijde weten. “Het was in die geest logischer geweest als de Tweede Kamer het woonplaatsvereiste helemaal had willen afschaffen.”


Wethouder Derk Reneman van het zakencollege in Hoogeveen denkt dat de Tweede en Eerste Kamer er zich sowieso niet mee zou moeten bemoeien. “De wetgever verordonneert nu dat wethouders moeten wonen in de plaats waar ze wethouder zijn, terwijl de gemeenteraden dat zouden moeten bepalen,” zegt Reneman. “Ik vind dat de wetgever zich er eigenlijk niet mee zou moeten bemoeien en dat de lokale situatie in dit geval leidend moet zijn.”


Reneman woont zelf in Nieuw-Vennep, 135 kilometer van de gemeente Hoogeveen vandaan. Hij is twee jaar wethouder van buiten en kreeg in totaal 2.655,56 euro aan reiskostenvergoedingen. Dat staat nog los van de vergoeding voor logies van minstens 9193,23 euro die Reneman ontving om wanneer het nodig is in Hoogeveen te verblijven: sommige wethouders die ver van hun eigen gemeente wonen, kunnen een aanspraak maken op een dergelijke vergoeding.


Omdat Reneman zelf heeft gesolliciteerd op de functie van wethouder in Hoogeveen vindt hij dat ook te verantwoorden. “Ik heb gesolliciteerd op een vacature die bedoeld is om de interne boel op orde te brengen. Daar horen dit soort voorwaarden bij,” zegt de wethouder. “Ik maak mijn agenda op, maanden van tevoren, en dan regel ik overnachtingen in Hoogeveen. De dagen dat ik daar ben stamp ik dan ook goed vol, zodat ik me echt ten volste kan inzetten voor de gemeente,” zegt Reneman.


Een huis gekocht
Wethouder Lavinja Sleeuwenhoek van de gemeente Krimpenerwaard is tijdens de raadsperiode juist wethouder van buiten gewórden. Zij verhuisde tijdens haar wethouderschap uit de gemeente naar de gemeente Horst aan de Maas, praktisch honderd kilometer verderop. In een periode van ongeveer een half jaar kreeg ze daarvoor 2.254,40 euro reiskostenvergoeding.


Sleeuwenhoek heeft ruim van tevoren aan de gemeenteraad laten weten dat ze zou gaan verhuizen. “Ik heb aangegeven dat ik geen wethouder blijf na de verkiezingen. Toen ik de keuze had gemaakt om met mijn gezin te gaan verhuizen, vond ik het geen logische stap om voor dat laatste driekwart jaar te stoppen en iemand anders het stokje te laten overnemen,” zegt Sleeuwenhoek.


De wethouder verblijft gemiddeld twee tot drie dagen in de week alsnog in de gemeente Krimpenerwaard. In principe is Sleeuwenhoek wel voorstander van het woonplaatsvereiste. “Ik vind ook dat een wethouder in de gemeente hoort te wonen. Op lange termijn is dit dus geen houdbare situatie,” zegt de wethouder. “Maar om nu een nieuwe wethouder aan te stellen en dan na de verkiezingen wéér, is voor een gemeente ook niet goed.”

 


Overigens wonen niet alle wethouders die buiten hun eigen gemeente wonen ver van hun eigen gemeente vandaan. Wethouder Nelson Verheul van de gemeente Berg en Dal woont nog geen kilometer van de gemeentegrens vandaan. “Toen ze me vroegen of ik beschikbaar was voor het wethouderschap in Berg en Dal heb ik gezegd dat ik daar wel oren naar had, maar dat ik niet zat te wachten op een verhuizing,” zegt Verheul. “Ik snap wel dat er mensen zijn die graag zien dat ik verhuis vanwege de binding, maar je kunt ook te veel binding hebben met een gemeente. Ik heb nu met niemand een geschiedenis en kan daardoor heel onafhankelijk besturen,” zegt hij.


Andere kostenplaatjes
Het vreemdste gegeven is overigens misschien zelfs wel dat er veel wethouders zijn die tijdens corona thuis hebben gewerkt, maar niet zijn gekort op hun reiskostenvergoedingen. Verschillende woordvoerders laten weten dat de wethouders in de pandemie toch wel naar allerlei bijeenkomsten gaan en daarom van overheidswege hun vaste reiskostenvergoeding mogen behouden, ook als ze niet per se de kilometers maken waar ze de vergoeding voor krijgen. Het is niet bekend in hoeveel gevallen dit is gebeurd, want er zijn ook genoeg wethouders die wél minder reiskosten declareren.


Natuurlijk is er ook een keerzijde: wethouders die verhuizen naar de gemeente waar ze werken kunnen een verhuisvergoeding krijgen van maximaal 7.750 euro plus de vergoeding voor het overbrengen van de inboedel. Het is onbekend hoe vaak Nederlandse wethouders daar gebruik van hebben gemaakt, maar aan een verhuizing van een wethouder van buiten zit dus óók een kostenplaatje vast. Uiteindelijk zal een wethouder van buiten halen dus altijd zijn weerslag hebben op de begroting.


Voor universitair docent Harmen Binnema van de Universiteit Utrecht zijn die kosten in feite prima te verantwoorden. “Als je deze constructie mogelijk maakt en iemand ontheffing verleent om ergens anders te blijven wonen, dan is het niet meer dan logisch dat je die kosten ook vergoedt,” zegt Binnema. “In alle gevallen moet je er als gemeenteraad wel goed over nadenken of je dat voor één specifieke wethouder doet of dat je ervoor kiest een heel college van buiten te laten komen. Die kosten opgeteld kunnen natuurlijk best flink worden,” zegt Binnema.


Universitair hoofddocent Hansko Broeksteeg van de Radboud Universiteit kan zich daarin vinden. “De afweging ligt natuurlijk bij de gemeenteraad, maar ik kan me heel goed voorstellen dat een gemeenteraad niet zomaar een wethouder van heel ver haalt die daarvoor relatief veel reiskostenvergoeding krijgt,” zegt Broeksteeg. “Het zou logisch zijn als gemeenteraden dan wethouders zoeken die dichterbij wonen of die afzien van de vergoeding. De gemeenteraden moeten zelf besluiten of ze het de kosten waard vinden.”


Dat de wethouder van buiten geld kost, staat inmiddels wel vast. Maar gemeenteraden zetten uiteindelijk zelf de seinen op groen. De tijd zal leren of onze gemeenten er ook beter door bestuurd gaan worden en of de burger zich nog in de eigen wethouders kan herkennen. Niet onbelangrijk, want diezelfde burger zal uiteindelijk ook de rekening moeten betalen. Een rekening die de komende jaren nog wel duurder zal uitvallen dan die 387.340,49 euro die er nu op staat.

 

Opbrengsten en uitgaven
Journalistiek onderzoek kost tijd en geld. Dit verhaal heeft mij als zelfstandig journalist 55 uur werk gekost. Daarmee is dit verhaal wat arbeidslast betreft 1874,95 euro waard. De beeldredacteur heeft een vergoeding van 25,00 euro gehad. De totale waarde van alle journalistieke werkzaamheden voor dit verhaal komt daarmee neer op 1899,95 euro.

Door de bijdrage van het Steunfonds Freelance Journalisten van stichting Matchingfonds De Coöperatie, mijn abonnees en donateurs heeft dit verhaal 1255,67 euro opgeleverd. Het Steunfonds Journalisten verzorgde 1193,15 euro en mijn abonnees en donateurs verzorgden 37,52 euro. Helaas heb ik dus nog niet alle kosten weten te dekken. Help me nu mijn kostenplaatje te dichten en sluit een abonnement af.

Share on facebook
Share on twitter
Share on tumblr
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Nog meer bijzondere verhalen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.