Volgens deze journalisten gaat de Wet open overheid niet veel veranderen

Vandaag treedt de Wet open overheid in werking. Een wet die de Wet openbaarheid bestuur moet vervangen en voor betere en snellere afhandeling van veel verzoeken moet zorgen. Journalisten die de Wob de afgelopen jaren regelmatig hebben ingezet, zijn echter sceptisch over die nieuwe wet.

Lange tijd waren ze beeldbepalend voor de oude bestuurscultuur: de dikke multomappen met overheidsinformatie waarbij vrijwel alle pagina’s waren zwartgelakt. Bladzijde na bladzijde was doordrenkt in zwarte inkt. Het waren die pagina’s die het gebrek aan transparantie op alle overheidsniveaus pijnlijk duidelijk maakte. Wat er exact gebeurde in het stadhuis, bij het waterschap of op het ministerie kon soms maar beter in nevelen gehuld blijven, zo was de gedachte bij bestuurders. Bij praktisch alle verzoeken die burgers of journalisten op basis van de Wet openbaarheid van bestuur deden, werd de markeerstift tevoorschijn gehaald en werd daarmee kwistig weggelakt. Dat is jammer, want de Wet openbaarheid van bestuur heeft wél op regelmatige basis voor onthullingen gezorgd.


Even was er hoop dat de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur, de Wet open overheid, voor verandering zou zorgen en meer openbaar zou gaan maken dan nu gebeurt. De overheid moet vanaf vandaag bijvoorbeeld bepaalde documenten actief openbaar maken, besluiten moeten binnen maximaal zes weken in plaats van maximaal acht weken worden genomen en de informatiehuishouding van de overheid wordt op orde gebracht, zo wordt er beloofd. Die toezeggingen klinken uiteraard veelbelovend. De nieuwe bestuurscultuur waar zo naar wordt verlangd kan met deze wet voor het eerst vorm krijgen.


Partijen als D66 en GroenLinks, die de nieuwe wet initieerden, zijn er dan ook enthousiast over. Maar journalisten, die regelmatig met de Wob werken, zien de toekomst wat minder rooskleurig in. Zij merken juist dat hun Wob-verzoeken nu al ver na de uiterlijke termijnen in behandeling worden genomen, dat ze tijdens een Wob-procedure bewust worden getraineerd of dat bepaalde belangrijke documenten niet door overheden worden vrijgegeven. De Wet open overheid gaat voor hen niet voor radicale veranderingen zorgen.

Onvrije ambtenaren
“Als journalisten krijgen we er met de Wet open overheid niet of nauwelijks een stok achter de deur bij,” zegt ook journalist Tim Staal van onderzoeksjournalistiek platform Investico. “Er verandert voor journalisten bijna niets aan de huidige wet.” Staal gebruikte de Wob de afgelopen jaren zelf regelmatig en begeleid ook andere journalisten bij het doen van Wob-verzoeken. Zo wobte hij voor De Groene Amsterdammer wie er werkelijk opdraait voor de kosten van de sanering van een rivier in de Achterhoek. Hij is, net als de andere journalisten uit dit artikel, lid van een speciale Wob-werkgroep van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten, die zich hard maakt voor goede en toegankelijke openbaarheidswetgeving.

 


Hoewel de uiterste beslistermijn van verzoeken in de nieuwe wet verkort wordt, denkt Staal zeker niet dat overheden sneller met informatie naar buiten komen. “Overheden begrijpen in de kern nog steeds niet waar die openbaarheid nou voor nodig is. Die scepsis over de noodzaak van openbaarheid zit volgens mij heel diep. Volgens overheden moeten journalisten zich niet te veel met details willen bemoeien,” zegt Staal. “Want als je dat doet, dan voelen ambtenaren zich zogenaamd niet meer vrij.”

Die onwil om op een proactieve manier mee te werken aan Wob-verzoeken heeft er ook toe geleid dat overheden hun informatiehuishouding hebben laten verslonzen, aldus Staal. “Bij overheden zijn er nu daadwerkelijk praktische barrières om zaken binnen een bepaalde tijd uit te zoeken. Ze hebben het labyrint waar ze in terecht zijn gekomen zelf opgezocht,” zegt hij. “De openbaarheid op orde brengen gaat een kostbare operatie zijn, maar ze hebben het echt over zichzelf afgeroepen. Er is kennelijk een enorme angst bij bestuurders om in het volledige daglicht te opereren. Dat is heel zorgelijk,” vindt hij.

 

Dit verhaal was nooit gerealiseerd zonder de steun van mijn abonnees en donateurs. Door hun financiële bijdrage heb ik de ruimte om onafhankelijke journalistiek te bedrijven. Dat is van grote waarde voor de journalistieke controle op onze machthebbers. Help me ook de macht te controleren en ongure zaken aan de kaak te stellen. Word abonnee vanaf drie euro per maand of doneer. Hoe meer abonnees en donateurs, hoe meer verhalen ik kan maken.


Woordvoerders genoeg
Dat merkt ook Jorg Leijten, journalist voor NRC. Hij wobte mails van de toenmalig afgetreden burgemeester van Wassenaar, waaruit bleek dat hij een wachtgeldregeling bedongen had die hoger was dan was toegestaan. De burgemeester stapte naar aanleiding van de berichtgeving op als plaatsvervangend burgemeester van Langedijk. “Ik hoor af en toe verhalen dat overheden een Wob-verzoek gewoon bewust zeven weken willen laten liggen en in de achtste week een brief sturen waarin ze aangeven dat het toch niet gaat lukken binnen de termijn,” zegt hij. “Er zijn genoeg ambtenaren waarbij je direct of indirect merkt dat ze het verzoek traineren, of die van een minister te horen krijgen dat er bepaalde informatie toch niet openbaar gemaakt mag worden.”

Leijten ziet ook dat rijksoverheden vaak in eerste instantie voorlichters naar voren schuiven om de inhoudelijke communicatie over Wob-verzoeken af te handelen, terwijl de juristen dat zouden moeten doen. “Woordvoerders proberen al rekening te houden met hoe een bepaald verhaal in de media komt, terwijl een jurist gewoon puur technisch naar de wet kijkt,” zegt hij. De overheid is daar wat hem betreft de afgelopen jaren een stuk minder toegankelijker door geworden. “Zes jaar geleden stond nog standaard het telefoonnummer van de jurist op de brieven die we van ministeries kregen. Inmiddels staat er vaker het telefoonnummer van de woordvoerder op.”

 


De Wet open overheid was in beginsel een zeer ambitieuze wet, maar volgens Leijten is die wet inmiddels helemaal afgekalfd. “Voor de initiële wet dreigde er in de Tweede Kamer geen meerderheid te zijn en de Vereniging Nederlandse Gemeenten en het Interprovinciaal Overleg gaven aan dat het te veel ging kosten, waarbij ze overigens een hoop achterstallig onderhoud op één hoop gooide. Daardoor heeft de wet enkele klappen gekregen,” vertelt hij. “We hebben geprobeerd om de wet een klein beetje beter te maken voor journalisten, en ik denk dat dat voor een klein deel wel gelukt is, maar we hebben nog lang niet behaald wat ze zouden willen behalen.” Er is ook hele stevige lobby vanuit het bedrijfsleven, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en het Interprovinciaal Overleg, merkt Leijten: “Zij willen bepaalde gegevens gewoon niet openbaar hebben zodra die bij de overheid liggen. Mede door hun toedoen is de wet gewoon afgezwakt.”

Naar de rechter
Het voornaamste probleem van de nieuwe Wet open overheid is dat er geen slagvaardig middel is om overheden op hun vingers te tikken, denkt journalist Sjors van Beek van De Limburger. Hij wobte onder meer bij de Dienst Justitiële Inrichtingen hoe vaak personeel van de dienst een sanctie heeft gekregen voor een ongeoorloofd vergrijp. Van Beek is fervent voorstander van de openbaarheidswet, maar ziet ook de hiaten ervan. “Nu kunnen we overheden in gebreke stellen en vervolgens naar de rechter om een snellere beslissing te bewerkstelligen, maar de doorlooptijden bij rechtbanken zijn inmiddels zo erg opgelopen dat dat bijna geen haalbare weg meer is,” vertelt Van Beek. “Ik heb nu een Wob-verzoek lopen bij de Inspectie Leefomgeving en Transport waarin ik om één document vraag en dat nu al acht weken aanhoudt. Als ik daarvoor straks nog naar de rechter moet, kost me dat buitengewoon veel tijd voor één brief.”

Rechtszaken over Wob-verzoeken duren nu niet zelden maanden tot jaren. Van Beek: “Twee weken geleden heeft de politie de opdracht gekregen om een nieuwe beslissing op een bezwaar te nemen. Het oorspronkelijke Wob-verzoek heb ik bijna vier jaar geleden gedaan.” Bij de Wob was er nog een tijdje een mogelijkheid om overheden een dwangsom op te leggen als zij niet tijdig een besluit op een Wob-verzoek namen, maar inmiddels is dat dwangmiddel weer afgeschaft. “Bij kleinere gemeenten was dat echt wel een efficiënt middel om documenten boven tafel te krijgen.”

Ondertussen interesseert het overheden totaal niet meer dat er wettelijke termijnen zijn, denkt Van Beek. Terwijl journalisten hun uiterste best doen om informatie op te vragen en daarmee de overheid te controleren, lijken instanties daar zelf geen boodschap aan te hebben. “Ze hebben er gewoon schijt aan. Ze denken: wij bepalen wel of je dit mag zien of niet. Dat is de kern van het probleem,” zegt Van Beek. “Inmiddels wordt meer dan tachtig procent van mijn verzoeken getraineerd. Ik krijg nog maar zelden een besluit binnen de termijn. De cultuur bij overheidsinstanties is niet goed en ze komen er ongestraft mee weg.”

 


Toch denken alle drie de journalisten dat de rechtsgang, ook onder de Wet open overheid, de enige mogelijkheid blijft om overheden terug te fluiten. “Door veel naar de rechter te gaan bouw je jurisprudentie op en geef je zo’n nieuwe wet mede vorm,” zegt Jorg Leijten. “Dat klinkt heel saai, maar anders blijf je discussies voeren over wat bijvoorbeeld ‘onevenredige benadeling’ is. Het kan goed zijn om dat soort definities door middel van rechterlijke uitspraken vast te hebben liggen voor een langere tijd,” zegt hij.

“Qua overheidswetgeving zitten we gewoon in de middenmoot,” zegt Tim Staal. “Daar horen we natuurlijk absoluut niet thuis, als je kijkt naar al die andere lijstjes waar Nederland gewoon in de top tien staat. Het is een bewijs voor de bestuurlijke angst die er bij overheidsinstanties heerst,” zegt hij. “Bewindspersonen worden angstvallig verdedigd, terwijl ik denk: is het aftreden van een bewindspersoon nou het allerergste wat ons land kan overkomen? Dat lijkt me toch niet. Laat af en toe maar een minister vallen, als we daarmee alle informatie boven tafel krijgen.” ●

Share on facebook
Share on twitter
Share on tumblr
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Nog meer bijzondere verhalen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.