Eerste Kamerlid Mirjam de Blécourt meldt verhuur eigen vastgoed niet

Eerste Kamerlid voor de VVD Mirjam de Blécourt-Wouterse is eigenaar van welgeteld veertien huizen en appartementen in onder meer Amsterdam en Utrecht. Twaalf van die woningen worden door De Blécourt verhuurd. Ze heeft haar activiteiten op de vastgoedmarkt niet bij de Eerste Kamer opgegeven.

De Blécourt verhuurt negen appartementen in Amsterdam, twee in Bilthoven en één in Utrecht. De woningen zijn een gedeeld eigendom van haar en haar man, plastisch chirurg Adriaan de Blécourt. Het Eerste Kamerlid verdient aardig wat geld met de verhuur van die panden: de woningen leveren zeker meer dan tienduizend euro per maand op. Een appartement aan Julianalaan 47C in Bilthoven wordt door De Blécourt bijvoorbeeld voor niet minder dan 1.150 euro per maand verhuurd. Een appartement aan Boomstraat 22BS in Utrecht, in bezit van De Blécourt, wordt voor 1.795 euro per maand te huur aangeboden. 


Deze woningen, noch de inkomsten, zijn door De Blécourt opgegeven bij de Eerste Kamer. De Blécourt had de verhuur van haar woningen kunnen melden bij als nevenfunctie of als relevant belang, maar heeft dat niet gedaan. De Gedragscode integriteit Eerste Kamer stelt echter dat het wel “wenselijk is dat deze belangen openbaar worden gemaakt”. Zulke belangen kunnen “in bepaalde situaties immers de schijn van belangenverstrengeling wekken,” aldus de Gedragscode. Een Eerste Kamerlid mag volgens diezelfde gedragscode echter zelf bepalen of hij of zij zaken als verhuur van particulier vastgoed meldt: er is geen wettelijke verplichting voor Eerste Kamerleden om privé-vastgoed te melden.


Niet meldplichtig
Eerste Kamerlid Mirjam de Blécourt laat in een schriftelijk reactie weten dat ze niets doet dat niet conform de regels is. “Bij mijn aantreden als lid van de Eerste Kamer heb ik mijn nevenfuncties en relevante belangen conform de gedragscode integriteit Eerste Kamer geregistreerd bij de griffie en op de website,” schrijft De Blécourt. “Formeel maken mijn eigendommen echter geen onderdeel uit van de meldingsplicht van de gedragscode.” De Blécourt wilde niet aangeven waarom ze de panden verhuurt, wat ze er precies mee verdient en wilde ook niet ingaan op de vraag of het verhuren van zoveel panden integer is voor een volksvertegenwoordiger.

 

 

In dit pand in Amsterdam verhuurt De Blécourt meerdere appartementen.


Volgens Albertjan Tollenaar, hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, had De Blécourt de verhuur van haar panden sowieso beter gewoon kunnen melden. “Maar als je het niet doet, doe je niets wat tegen de regels is. Dat is een beetje het rare ervan. In de Tweede Kamer zijn ze daar bijvoorbeeld veel strenger op. En ook ministers moeten dit soort belangen kenbaar maken, want die zitten natuurlijk heel erg aan de knoppen,” zegt Tollenaar. “Maar voor Eerste Kamerleden geldt dat vaak wat minder. Zij zijn tenslotte deeltijdpolitici,” zegt Tollenaar.


Dat Eerste Kamerleden deeltijdpolitici zijn is echter juist een reden om voor meer openbaarheid te pleiten, vindt Bart Vollebergh, project officer van Transparency International Nederland, een organisatie die wereldwijd strijdt voor een corruptievrije samenleving. “Eerste Kamerleden staan nog met één been in de maatschappij. Van hen moeten we dus juist weten welke belangen ze naast hun lidmaatschap van de Eerste Kamer nog hebben,” zegt Vollebergh. 

Voor journalistieke verhalen als deze ben ik volledig afhankelijk van mijn abonnees en donateurs. Zij geven mij de ruimte om onafhankelijke journalistiek te bedrijven en dit soort onthullingen te doen. Hoe meer steun en donaties ik ontvang, hoe meer van dit soort verhalen ik kan maken. Help me nu ook de macht te controleren en ongure zaken aan de kaak te stellen. Steun me periodiek vanaf drie euro per maand of doneer.


Vollebergh vindt transparantie op dit vlak van groot belang. “Het is voor burgers heel belangrijk om te kunnen zien welke belangen onze senatoren hebben. Als dit Eerste Kamerlid bijvoorbeeld meestemt over wetten die over de woningmarkt gaan, dan moeten we wel kunnen weten met welk belang zij stemt,” zegt Vollebergh. “Het is momenteel alleen geen verplichting om zulke panden te melden. Dat is echt een groot gat in onze huidige regelgeving.”


Onafhankelijk toezicht
Maar betekent het gegeven dat Eerste Kamerleden niet verplicht zijn om dergelijke belangen te melden ook automatisch dat ze het niet doen? “Daar is dit wel het bewijs van,” denkt Vollebergh. “In de vorige Kamercyclus bleek uit onderzoek van Zembla al dat zelfs in de Tweede Kamer, waar er strengere regels zijn omtrent nevenfuncties, ongeveer twaalf Tweede Kamerleden een aantal belangen niet opgaven,” zegt hij. 


“Daaruit is dus te concluderen dat parlementariërs noch senatoren erin slagen een compleet overzicht te geven van hun belangen.” Vollebergh mist een onafhankelijk toezicht op de nevenfuncties van Tweede en Eerste Kamerleden. “Er moet iemand zijn die de Kamerleden kan vragen of ze al hun belangen hebben opgegeven en die met die Kamerleden kan meekijken om dat te controleren. Die persoon is er nu niet.”


Waar Transparency International Nederland ervoor wil pleiten om landelijke bestuurders en volksvertegenwoordigers privébezit verplicht te laten melden, vindt hoogleraar Albertjan Tollenaar dat nog wat ingewikkeld. “Alles wat je opgeeft moet een bepaald doel hebben. Een individueel Kamerlid is zelden van doorslaggevend belang voor een bepaald wetsvoorstel, dus dergelijke privébelangen zijn voor hen niet van enorme invloed. Een meldplicht voor Eerste Kamerleden voegt dan ook niet zo heel veel toe,” denkt hij. ●

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on tumblr
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Nog meer bijzondere verhalen

Eén reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.