De schaarse grond is in Tilburg een waar slagveld geworden

Al jaren wordt er in Tilburg een hevig debat gevoerd over de komst van het nieuwe bedrijventerrein Wijkevoort aan de rand van de stad. De weerstand tegen het plan neemt steeds immensere vormen aan, maar de gemeente wijkt niet van zijn uitgestippelde koers af. Dit is hoe een kwestie over een Tilburgs buitengebied in een aantal jaar kon uitgroeien tot een schaakspel van nationaal formaat.

Het landbouwgebied Wijkevoort is een van de weinige plekken binnen de grenzen van de stad Tilburg waar je nog ongehinderd in de verte kunt turen. Waar het centrum van Tilburg zich kenmerkt door de elkaar afwisselende torens en flatgebouwen, is Wijkevoort onveranderlijk vlak. Het is een aaneenschakeling van weilanden, bomenrijen, struiken en hier en daar een boerderij. Overdag kun je als je goed oplet een ree spotten, ‘s avonds zijn er verschillende soorten uilen actief.

Aan de rand van dit groene landschap ligt het Wijckermeer, waarvan een deel als vogelreservaat is ingericht en een deel ter beschikking is gesteld aan duikers voor recreatie. De weidegrond strekt zich hier zo ver als het oog reikt uit. De akkergrond is hier de voornaamste ondergrond. Wijkevoort is de belichaming van het kleinschalige platteland dat Brabant kenmerkt.

Toch is de stad niet ver weg. Aan de zuid- en oostkant van het gebied ligt een drukke autoweg, en net over de stadsgrens ligt de militaire vliegbasis Gilze-Rijen. Ten noorden van Wijkevoort ligt het grote stadsdeel Reeshof, die een thuis biedt aan bijna 44.000 mensen. Enkele kilometers naar het noordoosten ligt het centrum van Tilburg, dat enkele jaren geleden nog werd verklaard tot de heetste binnenstad van West-Europa. Het is die stad en haar bewoners waar de gemeente een bedrijventerrein voor wil aanleggen, precies in het gebied waar momenteel dat open landschap ligt.

In Wijkevoort zelf sluimert het verzet tegen zo’n bedrijventerrein zichtbaar. Inmiddels hangen in elke straat in het gebied protestborden en spandoeken die de plannen van de gemeente in niet mis te verstane bewoordingen veroordelen. Tilburgers in andere wijken volgen de komst van het bedrijventerrein ook nauwlettend, en het is duidelijk dat niet iedereen om de komst van nóg een bedrijventerrein staat te springen. Op andere plekken in de provincie – Oisterwijk, Waalwijk, Heesch, Moerdijk, Roosendaal – demonstreren bezorgde bewoners eveneens tegen de groeiende verdozing van het landschap. Het verzet tegen de verdozing in de provincie is alomtegenwoordig geworden.

En het verzet groeit met de dag. De afgelopen jaren hebben bewoners meermaals inspraak geëist en verzocht de ontwikkeling van het bedrijventerrein stop te zetten. In de gemeenteraad keren steeds meer partijen zich tegen het initiatief van de gemeente. De gemeente weet zich jegens het protest nauwelijks een houding te geven en wie terugkijkt ziet dat de gemeente dubieuze keuze op dubieuze keuze stapelt.

Deze longread geeft inzicht in die fouten, maar ook in de bezwaren van de bewoners, de argumenten van de gemeente en de lastige positie waarin raadsleden soms verkeren. Ik sprak er meer dan twintig mensen voor die allemaal aan bod komen en die hun argumenten zo goed en zo kwaad mogelijk proberen uit te leggen. Dit dossier is met stip het heetste hangijzer binnen de gemeentegrenzen, dus is het hoog tijd om te analyseren hoe het dat überhaupt kon worden. Eens te meer omdat het een verhaal is dat op meer plekken in Nederland parallellen kent.

Dit verhaal legt de verbindingen bloot tussen een lokale overheid en het vastgoedbedrijf van een multimiljonair. Het is een verhaal over dromen en ambities, over verzet en tegenmacht, over kortzichtigheid en mismanagement, over inschattingsvermogen of een gebrek daaraan. Dit verhaal stelt een cultuur aan de kaak waarin koehandel wordt gespeeld met schaarse grond en waar het grote geld nogal veel voor het zeggen lijkt te hebben. Het brengt de ietwat wankele argumenten van de gemeente aan het licht, maar legt ook uit waarom de gemeente en de gemeenteraad bepaalde keuzes hebben gemaakt. Dit is het uitgebalanceerde verhaal over de verhouding tussen burger en overheid in de zevende stad van ons land.

Wanneer de plannen zich ontwaren
Het is november 2017. De winter dient zich aan en de brievenbus kleppert bij verschillende bewoners in de Tilburgse wijken Buitengebied Zuid West en Koolhoven. Een select gezelschap uit die wijken heeft een brief gehad van de gemeente Tilburg. Ze worden allemaal uitgenodigd om aan het einde van de maand een informatieavond bij te wonen Wijkcentrum Heyhoef in de Reeshof. Op donderdag 23 november, om zeven uur in de avond. Enkele tientallen bewoners besluiten die informatieavond te bezoeken.

De avond vindt plaats in een ruimte achterin het wijkcentrum. Wethouder Mario Jacobs van GroenLinks is daar aanwezig. Hij wordt vergezeld door een batterij aan ambtenaren: een ambtenaar met verstand van economie, een ambtenaar op het gebied van ruimtelijke ordening, een jurist. Ook raadslid Evelien Kostermans, een partijgenoot van Jacobs, is aanwezig. Het is de eerste keer dat de gemeente bewoners informeert over wat er te gebeuren staat. De gemeente presenteert er de plannen voor een nieuw hypermodern bedrijventerrein. Na afloop van de presentatie kunnen bewoners met vragen terecht bij verschillende ambtenaren.

Honderdvierennegentig hectare bedrijventerrein moet er komen, waarvan tachtig hectare uitgeefbaar terrein; het is een gebied groter dan de Efteling. Grote lappen landbouwgrond moeten plaatsmaken voor distributiecentra en opslaghallen. Een open en groen gebied moet wijken voor logistiek en industrie. Logistiek en industrie in een groene jas, overigens; het bedrijventerrein biedt ruimte voor natuur en krijgt een groen karakter. Het bedrijventerrein moet haast als een onzichtbare laklaag over het landschap komen te liggen om een goede balans tussen het bedrijventerrein en de groene omgeving te creëren. Op het grootste gedeelte van het totale plangebied komen dan ook geen gebouwen te staan, maar wordt de natuur ontwikkeld, zo stelt de gemeente. De gemeente ziet dit bedrijventerrein dan ook als een kans om het hele gebied, dus ook de plekken waar geen bedrijfshallen komen te staan, een impuls te geven.

Bewoners schrikken als ze de plannen zien. Ze hadden in de krant wel het een en ander gelezen, maar hadden nooit gedacht met dit soort plannen geconfronteerd te worden. Het gebied dat zij als landbouwgebied kennen zou binnen afzienbare tijd worden veranderd in een logistiek areaal, waar vrachtwagens af en aan zouden rijden en waar de grote webshops van de toekomst hun toevlucht zouden gaan nemen. Zij zagen een aaneenschakeling van grote dozen opdoemen in een voor hun vertrouwd landschap. Ze hadden geen oren meer voor het groene verhaal dat de gemeente opvoerde. Deze plannen zouden hun hele omgeving, die juist door rust en ruimte werd gekenmerkt, veranderen.

De provincie Noord-Brabant is de aanstichter van dit alles. Zij hebben de opdracht gegeven aan de regio om ruimte te scheppen voor bedrijventerreinen. De provincie profiteert sterk van de bedrijven die in de regio vertoeven en Noord-Brabant is dan ook koploper op het gebied van toonaangevende logistieke regio’s. En neem dat de provincie eens kwalijk: ze zitten op de ideale locatie tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen in en vormen van grens tot grens het ideale buffergebied tussen België en Duitsland. Het is de op twee na grootste provincie van het land. De gemeente Tilburg nam, in samenspraak met andere gemeenten, de opdracht over.

Voor de ontwikkeling van dit specifieke bedrijventerrein komt de gemeente vervolgens met vier belangrijke redenen. Zo zou de ontwikkeling enorm goed zijn voor de Tilburgse werkgelegenheid. Er zouden Tilburgers komen te werken, en dat is goed voor het werkloosheidscijfer van de stad. De ontwikkeling van het terrein zou het hele gebied ook een groene impuls geven: door de baten van het bedrijventerrein in het gebied te investeren, profiteert het hele landschap van de komst van het industriegebied.

Ook zou het bedrijventerrein bijdragen aan een groene energietransitie; omdat er zonnepanelen op de daken van de panden zouden komen te liggen en omdat er zorgvuldig wordt omgesprongen met de energie op het terrein. De bedrijven die er komen sterk moeten nadenken over het circulair opzetten van hun processen. De gemeenteraad wil dan ook dat het bedrijventerrein aan een zeer streng duurzaamheidscertificaat voldoet. Een uniek industrieterrein als dit zou bijdragen aan het verstevigen van de nummer-één-positie van de Tilburgse regio in de logistieke wereld. De boodschap van de gemeente was helder: Tilburg is dé logistieke hotspot van het moment, die voor de gemeente en haar inwoners veel oplevert, en met een bedrijventerrein als dit kan Tilburg de logistieke hotspot blijven die het is.

Daarnaast grijpt de gemeente de ontwikkeling van het bedrijventerrein aan om de recreatieve functie van het gebied tot bloei te laten komen. Rondom het bedrijventerrein zou uitgebreid kunnen worden gerecreëerd; er zouden wandelpaden kunnen worden aangelegd en het Wijckermeer, dat meer dat in het gebied ligt, zou eventueel een zwemplas kunnen worden. Zo is het bedrijventerrein er niet alleen voor de Tilburgers die er moeten komen te werken, maar wordt het gebied aantrekkelijk voor álle Tilburgers, zo is het idee. Het zou een leuke bijkomstigheid voor de omgeving zijn.

Het zijn niet de minste redenen om een bedrijventerrein te ontwikkelen. De eisen die aan bedrijven worden gesteld zijn dan ook hoog: ze moeten een impuls geven aan de Tilburgse economie en werkgelegenheid, en de bedrijfspanden moeten duurzaam worden gebouwd. Daarnaast moeten bedrijven werk bieden aan voldoende hooggeschoold personeel, samenwerken met onderwijsinstellingen, bij voorkeur ook deelnemen aan een gezamenlijk energiebedrijf en op het eigen perceel regenwater bergen. Het zijn eisen die ervoor kunnen zorgen dat logistieke bedrijven maatschappelijk verantwoordelijker gaan ondernemen en ze zijn van zo’n hoog niveau dat ze in Nederland hun weerga niet vinden.

Kortom: er werden op die novemberavond mooie plannen gepresenteerd, die voor de regio Tilburg veel konden betekenen. Duidelijk is dat dit bedrijventerrein geen bedrijventerrein moet worden als alle andere, maar dat ermee gepronkt moet kunnen worden. Als je op die plannen moet vertrouwen, lijkt Tilburg een rooskleurige toekomst tegemoet te gaan in de logistieke sector, met een revolutionair bedrijventerrein in het vooruitzicht gesteld. Maar de afgelopen jaren zijn raadsleden en bewoners steeds meer een slag om de arm gaan houden.

Marjolein de Graaff en haar man Stan Maessen wonen al enkele jaren vlakbij de plek waar het bedrijventerrein moet komen, nadat ze door de wereld hebben gereisd. Samen hebben ze al een tijdje plannen voor een bed and breakfast op hun erf. De Graaff komt ook naar de informatieavond in het wijkcentrum om de plannen van de gemeente te bekijken. Zodra tot haar doordringt wat de plannen inhouden, weet ze niet wat ze meemaakt. “Dit kan gewoon niet, dit klopt niet, dacht ik. Ik geloofde het niet.”

Ook voor andere bewoners komen de plannen van de gemeente tijdens die informatieavond rauw op hun dak vallen. Velen van hen zitten vol met vragen, die tijdens die informatieavond niet allemaal worden beantwoord. Zij zijn, op een paar eerdere brieven en een aantal krantenberichten na, op dat moment nog helemaal niet bekend met de specifieke plannen van de gemeente. Die avond zou het startpunt worden van een jarenlange touwtrekwedstrijd tussen bewoners en gemeente.

Samen met andere bewoners vuurt De Graaff een stortvloed aan vragen af op wethouder Jacobs. Ze willen weten of het bedrijventerrein echt zo groot wordt als er op de plannen staat. Ze willen weten of er op Wijkevoort echt alleen maar mensen uit de regio komen te werken. Ze willen weten of de gemeente kan garanderen dat bewoners geen last van het bedrijventerrein gaan hebben. Jacobs ziet dan de bui al hangen en raadt de aanwezige bewoners aan zich goed te organiseren. De Graaff: “Hij zei tegen mij: ‘Zorg dat alles wat je doet goed geborgd wordt. Zorg dat je je organiseert.”

Het dossier leeft niet
De komst van een nieuw bedrijventerrein in Tilburg leeft op dat moment nauwelijks. Naast de enkele tientallen mensen op de informatieavond maken maar weinig Tilburgers zich zorgen. Het is een ver-van-hun-bed-show: een groot deel van de Tilburgers is dan ook niet bekend met het gebied.

In die tijd heeft de gemeente Tilburg verschillende commissies; zo is er bijvoorbeeld een commissie economie, een commissie fysiek en een commissie maatschappij. In elke commissie zitten afgevaardigde raadsleden van partijen uit de gemeenteraad. Bij vergaderingen van deze commissies is ook een wethouder aanwezig. Binnen dat kader vindt in januari 2018 een vergadering van de commissie vestigingsklimaat plaats.

Tijdens die vergadering bespreken de aanwezige raadsleden een voorstel waar ze een week later over gaan stemmen. Het voorstel gaat over het masterplan Wijkevoort – het boekwerk dat de gemeente heeft opgesteld en dat de voornaamste plannen voor het bedrijventerrein behelst. Als de gemeenteraad over een week met dat voorstel instemt, betekent dat dat het bedrijventerrein, na enkele eerdere door de gemeenteraad bekrachtigde besluiten in voorgaande jaren, de zegen van de gemeenteraad heeft. De gemeente mag dan officieel beginnen met de zogenaamde grondexploitatie: het opkopen of overnemen van grond in het gebied. Als die raadsvergadering zich aandient, doet de gemeente dat overigens al een tijdje en zijn verschillende lappen grond al in bezit van de gemeente.

De Graaff meldt zich bij die vergadering als inspreker. Ze wil de raadsleden voordat ze een keuze maken laten weten hoe zij er als bewoner van het buitengebied in staat. Ze krijgt van de voorzitter aan het begin van de vergadering vijf minuten de tijd om haar zegje te doen, en ze is er ontzettend zenuwachtig voor. “Ik was helemaal alleen, daar. Ik werd door de voorzitter van de commissie geïntroduceerd als vertegenwoordiger van het buitengebied. Dat was niet waar, want niemand wist toen dat ik daar zou staan.”


De Graaff uit in haar toespraak haar zorgen. Ze zegt daarin onder meer dat het Tilburgse platteland, met deze plannen, slechts een herinnering wordt. Ze vraagt de raadsleden maar één ding: inspraak. “Laat ons vanaf nu meepraten en meebeslissen. Geef ons het vertrouwen dat onze kinderen nog in het groen kunnen wonen en beweeg met ons mee,” zegt ze. Het is een indringende toespraak die weinig aan de verbeelding overlaat, en vooral een appèl doet op de gemeente en op de raadsleden.

Voor de aanwezige raadsleden komen de inzichten van De Graaff echter als een donderslag bij heldere hemel. Nooit eerder hebben ze iemand deze zorgen horen uiten. De Graaff: “Ik kwam er na die vergadering achter dat die raadsleden nooit in het gebied zijn geweest, nog nooit zijn gaan kijken en nog nooit met ons hadden gesproken. Maar ondertussen nemen ze wel besluiten over ons. Toen had ik wel door dat het foute boel was.” De raadsleden stellen De Graaff enkele vragen, maar haar toespraak lijkt op de raadsleden verder niet zoveel indruk te maken.

Precies een week na de vergadering van de commissie vestigingsklimaat stemt de gemeenteraad over het masterplan. De eenmansfractie Optimistisch Politiek Aktief is de enige die tegen het aannemen van het masterplan stemt, en legt het af tegen de andere dertien partijen. Die dertien partijen, van coalitie tot oppositie, stemmen in met het beginnen van de aankoop of overname van gronden in het gebied. Zij zetten de eerste stap om het open landschap om te toveren in een bedrijventerrein. Zij vinden het ambitieuze plan van de gemeente op dat moment een ware toevoeging voor de stad. In vergelijking met de andere lome, grijze bedrijventerreinen van Tilburg, moet het bedrijventerrein Wijkevoort een pareltje worden.

De bewoners vinden het gek dat de gemeenteraad op dat moment al een onomkeerbare keuze maakt voor het gebied. “Wij voelden ons, toen het masterplan werd geaccepteerd, nog helemaal niet gehoord”, zegt De Graaff. “Wij waren dus een keertje naar een presentatie komen luisteren, en ik had er eerder wel wat krantenberichten over gelezen, maar ik kon toen niets over de plannen vinden. Ik dacht eerlijk gezegd dat het wel over zou waaien. Het zal wel, het is er niet, dacht ik,” zegt De Graaff. Niets bleek minder waar.

Gouden randje
Hoewel ze bij de vergadering van de commissie er nog vrijwel alleen voor stond, weet De Graaff in de maanden erna steeds meer mensen van haar mening te overtuigen. Ze veroorzaakt langzaam maar zeker een beweging tegen de plannen van de gemeente, waar ook Marcel Horck een zichtbare rol in heeft. Bij het recent gerestaureerde stadhuis wijst hij naar de boomvakken die voor de ingang liggen. Een bouwvakker is bezig de kaders van die boomvakken van een goudkleurig randje te voorzien. “Het is een goede metafoor voor het beleid van de gemeente Tilburg: hier leggen ze rond de bomen een gouden randje aan, maar een aantal kilometer verderop gooit dezelfde stad binnenkort een open landschap ten grabbel.”

Horck is als groot natuurliefhebber tegen de plannen van de gemeente. Hij is imker van beroep en heeft in de stad verschillende bijenkasten staan. Hij kwam begin 2020 met Marjolein de Graaff in contact toen hij voorstelde een aantal bomen te gaan planten in het plangebied. Een jaar daarvoor waren er twintig grote bomen gekapt bij een villa in de buurt, en dat was een reden voor Horck en De Graaff om een signaal af te geven tegen de verkwanseling van de natuur met een ludieke bomenplantactie. Bij de villa en in het plangebied plaatsen ze met een grote groep vrijwilligers een grote partij bomen, minstens honderdvijftig. Illegaal, maar ongelofelijk ludiek.

Zo’n boomplantactie is ook een kleine daad van verzet tegen de plannen van de gemeente. Horck ziet die plannen als de laatste stuiptrekking van een oud systeem. “Het is hier vooral de vraag of we het oude cultuurlandschap van Wijkevoort moeten herstellen, of dat we het gebied willen opofferen voor de industrie en vervolgens tot de conclusie moeten komen dat dit het allerlaatste stukje open landschap was.”

Als het kan, staat Horck vijf dagen per week bij het stadhuis. Hij demonstreert daar dag in dag uit, van kwart over acht tot negen uur. Hij heeft een bord bij waarop een foto van het landschap staat afgebeeld, met enorme schoenendozen eroverheen gefotoshopt, en een bord waarop hij het aantal dagen bijhoudt waarop hij geprotesteerd heeft. Soms is Horck alleen, soms is hij met anderen. Hij heeft ook een WhatsApp-groep opgezet waarmee hij contact houdt met andere tegenstanders. Omdat ik niet anders kan, heet die WhatsApp-groep. Het is een titel waar de wanhoop uit blijkt. Inmiddels staat Horck al ruim een half jaar voor het stadhuis.

Op zijn protest krijgt hij wisselende reacties. “De ene helft zegt: ‘Dit wordt nooit wat. Waarom doe je het?’ De andere helft zegt: ‘Eigenlijk moet ik erbij staan, maar ik durf niet of ik kan niet. Die dubbelheid voel je heel sterk.” Hij maakt soms wel eens een praatje met raadsleden of wethouders die het stadhuis komen binnenlopen. Ze houden het gesprek gaande, en brengen hem soms koffie. “Dat is wel leuk, maar ondertussen gebeurt er geen flikker”, zegt Horck.

Desondanks is het protest voor Horck ook een manier om eens uitgebreid na te denken over de wereld waar we in leven. “Als je de plannen hoort, ben je eerst boos. Nu is het tijd om onze boosheid over deze waanzin onder woorden te brengen. Als puntje bij paaltje komt, doen we namelijk allemaal alsof er niets aan de hand is.” Hij wijst ook naar zichzelf. Hij rijdt ook in een auto, hij heeft ook een groot huis, zegt hij. Volgens Horck zien we allemaal dat de keizer geen kleren aan heeft, maar is er niemand die er iets over zegt. Horck is ervan overtuigd dat alles op den duur zal instorten als we op dezelfde voet verder gaan met deze consumptiemaatschappij.


Een natuurlijke grens
Ook Johan van Zon is aanwezig bij de boomplantactie. Hij vergezelt Marcel Horck af en toe bij het stadhuis, om het protest te ondersteunen. Van Zon is servicemonteur van beroep en woont al sinds zijn geboorte in het buitengebied. De plannen van de gemeente waren voor hem overdonderend. “Tien jaar geleden sudderde het al. Er zou toen ooit nog wel eens een keer iets worden gerealiseerd hier. We wisten op den duur allemaal dat het een industrieterrein was dat hier zou komen. Maar toen we de daadwerkelijke plannen zagen, herkenden we ons daar totaal niet in.”

Het zijn grote panden die er komen, bedekt met een groen laagje, denkt Van Zon. “Ze kijken door een heel groene bril, maar dat kan de komst van die grote hallen niet teniet doen. Ze overvallen ons echt met de grootschaligheid”, zegt hij. Voor Van Zon was het vooral pijnlijk dat de gemeente over de Hultensche Leij wilde gaan met het bedrijventerrein. De Hultensche Leij is een beekje dat door het gebied loopt, en waarvan de bewoners dat graag als natuurlijke grens van het bedrijventerrein zouden zien. Als de gemeente een sprong over de Hultensche Leij maakt, dan kunnen ze blijven uitbreiden, zo is de argumentatie van de bewoners. Ondanks het feit dat alle eventuele uitbreidingen uitgebreid getoetst moeten worden en in de gemeenteraad moeten worden afgehamerd, vrezen bewoners dat een sprong over de Hultensche Leij ervoor zorgt dat er geen duidelijke afbakening van het bedrijventerrein is, en dat het daarmee dus makkelijker wordt om uitbreidingen van het terrein voor te stellen.

De boomplantactie concentreert zich vooral rondom het beekje. Van Zon zet er samen met De Graaff en andere vrijwilligers 150 knotwilgen langs, om de grens van het bedrijventerrein eigenhandig af te kaderen. Enkele dagen later haalt het waterschap ze allemaal weg: de bomen stonden langs de oever, en dus konden maaimachines er niet langs. Als de bomen zouden groeien, zou ook de stabiliteit van de oever in gevaar kunnen komen. De bewoners vinden het jammer, maar ze hebben wel hun punt kunnen maken. Dankzij ludieke acties als deze, en door onderhandelingen met de gemeente, stemde de gemeenteraad er uiteindelijk mee in het beekje niet te overschrijden. Het is een van de eerste wapenfeiten van de tegenstanders. De Hultensche Leij zelf blijft echter niet ongeschonden: die gaat de gemeente verleggen om voor het bedrijventerrein voldoende passende kavels te kunnen realiseren. Het is dus een overwinning met een grijs randje.

Terug naar het begin
Het zaadje voor de huidige plannen wordt al lang geleden geplant. In 1998 wordt voor het eerst gerept over een mogelijk bedrijventerrein op Wijkevoort; in de dan door de gemeente uitgegeven Nota voor bedrijven wordt Wijkevoort als mogelijke locatie voor een bedrijventerrein aangewezen. In een ruwe schets van Tilburg wordt een aantal ‘lege’ plekken aangewezen voor de eventuele aanleg van toekomstige bouwprojecten. Concreet zijn de plannen niet; er worden geen inhoudelijke afspraken gemaakt of besluiten genomen.

Er gebeurt na het aanwijzen van Wijkevoort dan ook heel lang niets. Pas zeven jaar later komt het bedrijventerrein weer onder de aandacht. In de in 2005 gepubliceerde Structuurvisie Zuidwest 2020 maakt de gemeente een indeling voor het buitengebied in het zuidwesten van Tilburg. Daarin wordt gerept over een bedrijventerrein Wijkevoort. Het wordt dan aangewezen als een geschikt gebied voor de Maintenance Campus: een hoogwaardig bedrijventerrein gericht op de luchtvaartindustrie, om Tilburg stevig mee op de kaart te zetten. Er wordt ook op gezinspeeld het bedrijventerrein te ontwikkelen voor een mall – een groot winkelcomplex waar de gemeente Tilburg dan haar mond vol van heeft. Die ideeën spelen in een tijd waarin de gemeente Tilburg er een beleid op nahoudt dat een geur van grootheidswaan draagt.

In 2009 wordt het bedrijventerrein Wijkevoort in de gemeenteraad besproken. GroenLinks zat destijds in het college, maar desondanks was toenmalig GroenLinks-raadslid Marc Vintges een uitgesproken tegenstander. “Wij vonden dat het bedrijventerrein niet nodig was”, zegt Vintges. “Het is landbouwgrond gecombineerd met een stuk natuur, en er ligt nog zoveel braak aan industrieterrein, waarom moeten we Wijkevoort dan ontwikkelen? Dat is eigenlijk altijd ons standpunt geweest.”

Vintges wil dan nadrukkelijk aantonen dat de komst van het bedrijventerrein niet nodig is. Hij maakt een folder met foto’s en tabellen waarin leegstaande panden en percelen op de bestaande bedrijventerreinen in Tilburg stonden, waarmee hij wil zeggen dat er nog genoeg mogelijkheden zijn voor bedrijven die zich in Tilburg willen vestigen. “Die folder hebben we destijds gemaakt als onderbouwing van ons standpunt: dat Wijkevoort er echt niet hoefde te komen.”

Het dossier speelde toen totaal niet, volgens Vintges. “In al die tijd dat ik raadslid was heb ik één mailtje gehad van iemand die niet eens daar in de buurt woonde, maar wel bezorgd was. Verder was het dood- en doodstil. Van mensen uit het gebied en uit de Reeshof hoorde ik toen totaal niets, terwijl er in de lokale media toch regelmatig over werd gepubliceerd. Dat er dan geen reactie komt vanuit het gebied is ergens gek, maar ook wel begrijpelijk. De boeren op Wijkevoort krijgen natuurlijk een aardige prijs voor hun stuk land, dus die zullen wel afwachten wat er komen gaat. Dat was destijds de tendens. In die zin stond ik er niet van te kijken dat er niets in beweging kwam.”

Ook in de raad komt Vintges van een koude kermis thuis: hij treft alleen eenmansfractie D66 en de SP aan zijn zijde wat de weerstand tegen de ontwikkeling van bedrijventerrein Wijkevoort betreft. De andere partijen, PvdA, VVD, CDA en Lijst Smolders Tilburg, stemmen allemaal voor de ontwikkeling van het gebied Wijkevoort als bedrijventerrein. Na die ene stemming in 2009 gebeurt er weer jaren niets. Het bedrijventerrein lijkt weer naar de achtergrond te verdwijnen en te wachten op de eerstvolgende gelegenheid om de tongen los te maken.

Joost Möller (VVD) was destijds wethouder op dit dossier. Volgens hem was het een logische zet om tijdens zijn wethouderschap te beginnen met de ontwikkeling van Wijkevoort. “Wijkevoort was voor ons een belangrijke locatie. Hij was vooral strategisch belangrijk. Met name omdat Wijkevoort samen met de bedrijventerreinen in het nabijgelegen Gilze-Rijen een cluster zou kunnen vormen. We wilden zorgen dat er wat de bedrijventerreinen betreft geen versplintering zou komen.”

De argumentatie van Vintges over de leegstand in de stad vond Möller destijds niet kloppen. “Wijzen op de leegstand is een heel theoretische benadering”, vindt hij. “Bedrijven kopen namelijk grond op waarop ze binnen vijf of tien jaar misschien willen uitbreiden. Daar komen in de toekomst dus wel bedrijfspanden te staan, maar ze worden nu desondanks meegenomen in die som van de leegstand. Leegstand is niet iets slechts: het is iets wat wij destijds nuttig vonden, en wat nog steeds nuttig is. Dat komt doordat niet elk kavel geschikt is voor elk bedrijf dat uitbreiding zoekt: als het kavel bijvoorbeeld niet op tijd beschikbaar is, te klein is, niet de gewenste milieucategorie heeft of onvoldoende dichtbij goede leveranciers in de buurt ligt, kán een bedrijf zich daar gewoon niet vestigen.”

Die discussie over de leegstand schudde Möller wel wakker. “Je beseft dan dat je het telkens moet uitleggen. Iedere keer opnieuw moet je uitleggen dat de leegstand eigenlijk gewenst is. Ik vind het heel terecht dat wij daar toen op gewezen zijn, ook door partijen waarvan het logisch is dat ze daar vragen over stellen. Het klinkt ook onlogisch, maar ik heb dat destijds met veel plezier aan alle sceptici proberen uit te leggen.”

Möller vond Wijkevoort een heel goede locatie voor een zinvol bedrijventerrein. En nog steeds. “Ik zou in Midden-Brabant geen betere plek kunnen bedenken voor een bedrijventerrein,” zegt hij. Volgens Möller was het dossier in de raadsvergaderingen van toen niet zo’n heikel punt. “De stemmingen waren redelijk voorspelbaar. Het waren de partijen die economie belangrijk vonden versus de groene partijen. De partijen die de economie voorstonden zeiden: ‘Ga maar door met het plan.’ Daar zaten weinig verrassingen in.”

De weerstand groeit
Over leegstand gaat de discussie nu in elk geval allang niet meer. De oude bedrijventerreinen van toen zijn nu geherstructureerd: de lege kavels op die bedrijventerreinen zijn nagenoeg opgevuld, de infrastructuur is verbeterd en het totale gebied van die bedrijventerreinen wordt zo optimaal mogelijk benut. Ook wat de weerstand betreft kan het contrast nu bijna niet groter zijn. Marc Vintges kreeg tien jaar geleden nog maar één mailtje van een bezorgde bewoner; nu worden de gemeente en gemeenteraadsleden bijna onder mails van bewoners bedolven. Het stadsdeel Reeshof, dat in de tijd van Vintges en Möller geen vin verroerde, spreekt zich inmiddels uit over de plannen.

De actiegroep Reeshof aan Zet heeft zich in het stadsdeel gemanifesteerd en onderneemt verschillende acties om het beleid van de gemeente aan de kaak te stellen. Ook zij willen inspraak krijgen in de besluitvorming over het gebied. De Reeshof ligt van alle Tilburgse wijken wellicht het dichtst bij het toekomstige bedrijventerrein, en omdat het stadsdeel aan de noordkant al geflankeerd wordt door een industrieterrein, slaan de bewoners de komst van een bedrijventerrein aan de zuidkant van het stadsdeel met argusogen gade.

Reeshof aan Zet is een typische grassrootsbeweging die bestaat uit burgers die zorgen over de komst van het bedrijventerrein hebben. Bewoners uit het gebied gaven aan dat het fijn zou zijn als zij door de Reeshof gesteund zouden worden in hun verzet tegen het bedrijventerrein. In het buitengebied zijn ze tenslotte maar met zo’n vijftig man, terwijl de Reeshof met bijna 44.000 inwoners het grootste stadsdeel van de hele gemeente is. Als er vanuit daar ook een tegenbeweging zou komen, zou dat voor de betrokken bewoners veel kunnen betekenen.

Leo Peters is de woordvoerder van Reeshof aan Zet. Hij is gepensioneerd en heeft aangeboden het geluid van de Reeshofbewoners die bezwaren hebben tegen het bedrijventerrein te vertolken. “Aanvankelijk hadden wij een harde kern van vijf mensen. Later is dat groepje veel groter geworden”, vertelt Peters. Volgens hem bestaat de beweging momenteel uit zo’n veertig actievelingen en enkele duizenden sympathisanten.

De actiegroep wil constructief te werk gaan, maar organiseert ook ludieke acties. Een van de eerste acties waar de actiegroep bij betrokken was is een belevingsdag in het gebied. “Mensen uit de Reeshof, net zo goed als wijzelf, wisten helemaal niet wat het gebied inhield en hoe dichtbij het is. We hebben die mensen aangeboden een dag te komen recreëren in Wijkevoort. De seniorenorganisatie zette fiets- en wandeltochten uit in het gebied en er werden gratis ijsjes uitgedeeld. Bedrijven in het buitengebied lieten zien wat ze in huis hadden: de struisvogelfarm, de hondenschool, de hertenboer en de ponyfarm hielden allemaal open huis”, vertelt Peters.

Die dag was voornamelijk bedoeld als charmeoffensief. Maar naast laten zien wat het gebied inhield, was er ook nog een ander belang. Even voor de belevingsdag hadden Reeshof aan Zet en andere tegenstanders namelijk een petitie tegen de komst van het nieuwe bedrijventerrein online gezet. Op verschillende belangrijke plekken op de belevingsdag hadden de tegenstanders lijsten neergelegd waarop mensen de petitie konden tekenen. “Na afloop van de belevingsdag was die petitie zo’n 1200 keer getekend”, herinnert Peters zich. Inmiddels staat de teller op meer dan 3000 handtekeningen.

Peters schrijft als voorman van de tegenbeweging meerdere brieven aan het college en de gemeenteraad. Eén van die brieven krijgt als titel Gemeente Tilburg heeft maling aan welzijn 45.000 bewoners uit stadsdeel Reeshof. In die brief probeert Peters de argumentatie van de gemeente Tilburg onderuit te schoffelen en beschuldigt hij de Tilburgse wethouders ervan met het bedrijventerrein hun cv op te willen poetsen. Hij schrijft: “De gemeenschap betaalt de wethouder om zijn of haar ambitie te verwezenlijken. Over een paar jaar is hij of zij ergens gedeputeerde, dijkgraaf of misschien wel minister. Dat er dan in Wijkevoort waardevol groen verloren is gegaan, vormt voor de wethouder geen belemmering.”

Peters maakt dat op uit de manier waarop wethouder Berend de Vries, die de vorige wethouder Mario Jacobs op dit dossier opvolgde, met hem sprak. “De Vries heeft gezegd dat dit bedrijventerrein er gaat komen, wat we ook doen. Dat is in mijn optiek niet luisteren naar de burger of de burger meenemen in een proces.” Peters wordt uitgenodigd voor een gesprek met de wethouder, maar houdt vervolgens zelf de boot af. “De wethouder zit enorm in een tunnelvisie. Hij stelt zijn vastgestelde politieke lijn niet meer bij. Hij heeft een enorme blijk gegeven van onbeweegbaarheid. Op basis van eerdere gesprekken heb ik daarom aangegeven niet meer met hem in gesprek te willen.”

Hélène Felix, een ander lid van de harde kern van Reeshof aan Zet, herkent zich in dat narratief. Zij is voornamelijk verantwoordelijk voor de sociale media-pagina’s van de actiegroep en is naar eigen zeggen negen van de tien keer aanwezig bij de acties die tegenstanders organiseren. Zo is ze ook af en toe bij de protesten voor het stadhuis, en zag ze daar de toenmalige wethouder Mario Jacobs regelmatig een andere ingang nemen dan de hoofdingang, waar de demonstranten met borden stonden. “Ik bijt niet. Je kunt gewoon ‘goedemorgen’ zeggen”, zegt Felix. “Er is echt geen reden om als wethouder een achteringang te nemen. Dat je het niet met elkaar eens bent, dat kan, maar wees gewoon open naar elkaar.” Wethouder Mario Jacobs geeft in een reactie overigens aan dat hij achter het station van Tilburg woont, en dat de achteringang daarom voor hem dichterbij was.

Openheid heeft Felix de afgelopen jaren als burger vaak gemist. Ze hekelt de terughoudende mentaliteit van de gemeente. “Ik snap niet waarom iedereen zo gesloten moet zijn. Je voelt je als burger niet gehoord. De gemeente hoort ons wel aan, maar ze luisteren niet. We lopen als bewoners echt tegen muren aan”, zegt ze.

Felix is als bewoonster van de Reeshof door de gemeente nog nooit officieel geïnformeerd. Ze is niet uitgenodigd voor informatieavonden en niet op de hoogte gebracht van recente ontwikkelingen. Ze heeft zelfs nog nooit een brief gekregen. “Ik ben eens bij Marjolein de Graaff op bezoek geweest om een praatje te maken”, vertelt ze. “Zij waren als bewoners toen al geïnformeerd. Wij helemaal niet. Tot op de dag van vandaag hebben wij nooit een brief gekregen. Op sommige van de vragen die we hebben gesteld hebben we ook geen antwoord gekregen.”

De gemeente informeert officieel enkel bewoners die binnen een bepaalde straal van het plangebied wonen. De bewoners van het buitengebied, zoals Marjolein de Graaff en haar man, bevinden zich binnen die straal, net als enkele huizen van in de wijk Koolhoven, in het zuiden van de Reeshof. Wie boven die wijk woont moet zijn informatie maar zelf bijeen sprokkelen en zelf verkennen wanneer er informatieavonden plaatsvinden. De gemeente geeft aan dat ze wel in lokale media standaard over de plannen publiceert.

Voor Felix is het echter wel belangrijk om als bewoner goed geïnformeerd te worden. Ze zegt: “De slechte luchtkwaliteit beperkt zich niet alleen tot het plangebied. De geluidsoverlast ook niet. De files ook niet. Ik woon al vanaf het begin af aan in de Reeshof, en toen ze ten noorden van het stadsdeel bedrijventerrein Vossenberg realiseerden, kwamen daar ook allerhande problemen bij kijken. Die zijn inmiddels opgelost, maar dat heeft ook jaren geduurd. Daarom is het belangrijk om bewoners mee te nemen in een proces.”

Het gevoel niet gehoord te worden, wordt voor Felix versterkt door de korte spreektijden die de gemeenteraad tijdens inspreekmomenten hanteert. Tegenstanders die bij raadsvergaderingen komen inspreken, zoals Marjolein de Graaff bij de commissie vestigingsklimaat, krijgen vaak maar drie tot vijf minuten de tijd om hun zegje te doen. “De spreektijden zijn echt heel erg kort. Alles wordt snel afgewikkeld. Mensen mogen hun zorgen uiten, en dan gaan ze bij de gemeente weer verder met waar ze mee bezig waren. Je hebt als burger niets te zeggen.”

Dat merkt ook Maaike Riemslag-Ansems. Zij is een keer komen inspreken op een informatiebijeenkomst in 2019, waar ook wethouder Berend de Vries aanwezig is. “Je merkt gelijk al dat ze bij de gemeente denken: laat ze maar even inspreken, dan hebben we dat gehad. Ze luisteren nergens naar. Ik werd voortdurend onderbroken door de voorzitter die steeds aangaf hoeveel minuten spreektijd ik nog had. Dan raak je echt helemaal van de kaart.

Riemslag-Ansems is lid van de uilenwerkgroep Gilze en Rijen en zet zich in om de uilenpopulatie in de gemeente Gilze-Rijen te behouden. Ook het plangebied Wijkevoort valt onder hun werkgebied. Het gebied is een van de beste uilengebieden waar de werkgroep actief is. Met de komst van een bedrijventerrein gaat dat echter veranderen, volgens Riemslag-Ansems. “Het is een open, landelijk gebied. De uilen hebben een open gebied nodig waar ze muizen en kevers kunnen vangen. Uilen kunnen bestaan bij de gratie van een oud landschap met ietwat vervallen schuurtjes en veel bomen. Nu die steeds vaker worden weggehaald, er steeds minder dieren in het gebied leven en er steeds minder bedrijvigheid in het gebied is, komt het leefgebied van de uilen in het geding”, vertelt ze.

De impact van het toekomstige bedrijventerrein op de uilen is volgens Riemslag-Ansems niet te overzien. “Als dat bedrijventerrein er is, is er voor de uilen daar niets meer te halen. Er is heel veel rumoer en veel licht: eigenlijk alles wat ze niet kunnen gebruiken. Ze houden van de rust en de stilte, en dan kun je als gemeente nog wel zeggen dat je zo’n bedrijventerrein in het groen legt, maar dan zijn er alsnog constant mensen in het volle licht aan het laden en lossen. De uilen trekken dan weg.”

Als dat gebeurt, proberen de uilen ergens anders een territorium te krijgen, maar dat is niet zo makkelijk. “Rondom Tilburg hebben we verschillende groepen uilen zitten en die doen het zo goed dat alle aangrenzende territoria eigenlijk al vol met uilen zitten. Als ze het bedrijventerrein gaan bouwen is het niet te voorspellen waar de uilen uit het gebied naartoe gaan. Als ze nergens een territorium kunnen vinden en ze overal worden verdrongen, dan betekent dat het einde van het uilenleven in het gebied.”

Ook Riemslag-Ansems heeft bijzondere ervaringen met de wethouders gehad. Tijdens haar inspraakmoment op de informatieavond in 2019 kijkt wethouder Berend de Vries haar nauwelijks aan en zit hij onophoudelijk op zijn telefoon. Wethouder Mario Jacobs maakte op Riemslag-Ansems ook geen goede indruk. Ze herinnert zich de opening van een compensatiegebied voor een autoweg die tussen Tilburg en Gilze ligt. “Een Gilzense wethouder vroeg toen terloops aan Mario Jacobs of de ontwikkeling van Wijkevoort door zou gaan. Hij toen geantwoord: ‘Natuurlijk gaat dat door. Vanaf het begin af aan heb ik altijd gezegd dat het door zou gaan. Die tegenstanders kunnen doen en laten wat ze willen, maar dat bedrijventerrein gaat er hoe dan ook gewoon komen.’”

Die uitspraak maakte Riemslag-Ansems ontzettend boos. “Ik dacht dat ik een klap in mijn gezicht kreeg. Toen ben ik geknakt. Ik heb gezegd: ‘Jongens, ik doe het nog voor de weidevogels en de uilen, maar zo hoeft het voor mij niet. Klaarblijkelijk is dit de mentaliteit van de gemeente Tilburg.’ Jacobs had tijdens die opening zijn mond vol over het compensatiegebied van de autoweg, maar als wij niets hadden gedaan, had het er over twintig jaar nog niet gelegen.” Voormalig wethouder Jacobs ontkent dat hij dat ooit dergelijke uitspraken heeft gedaan.

Dit verhaal was nooit gerealiseerd zonder de steun van het Tilburgs Mediafonds, mijn abonnees en donateurs. Door hun financiële bijdrage heb ik de ruimte om onafhankelijke journalistiek te bedrijven. Dat is van grote waarde voor onze democratie. Help me ook de macht te controleren en ongure zaken aan de kaak te stellen. Word abonnee voor drie euro per maand.


Voor de uilen in het gebied Wijkevoort komt ook een compensatiegebied. Veel kleiner dan het gebied Wijkevoort nu is, en nog steeds hartstikke dichtbij het gebied, zegt Riemslag-Ansems. “Het nieuwe uilengebied ligt zo’n 75 meter van het bedrijventerrein vandaan. Dat is nog steeds heel dichtbij. De Hultensche Leij wordt door de gemeente verlegd, met als gevolg dat het bedrijventerrein rechtstreeks tegen het uilengebied aan komt te liggen. Als ze helemaal van de Hultensche Leij af waren gebleven had je nog een soort bufferzone gehad. Het compensatiegebied dat nu wordt gerealiseerd kan het huidige gebied in de verste verte niet compenseren. De rust gaat helemaal verloren.” Onder meer de provincie Noord-Brabant toetst of het compensatiegebied aan alle eisen voldoet.

De stand van de burgerparticipatie
De tegenstanders willen dat het bedrijventerrein er niet komt. Zoveel is zeker. Maar ze zijn ook verbolgen over het feit dat ze niet vanaf het begin af aan zijn meegenomen in de planvorming. In een notitie van de gemeente staat een overzicht van de data waarop verschillende betrokken partijen voor het eerst over het masterplan zijn ingelicht. Op het moment dat de omwonenden de informatieavond in het wijkcentrum bijwonen zijn de gemeente Waalwijk, de lokale bedrijvenlobby, andere bedrijven en ontwikkelaars, het Brabants Landschap, de Brabantse Milieufederatie, de uilenwerkgroep, de commissie vestigingsklimaat en de gemeenteraad allemaal al op de hoogte gebracht. De omwonenden worden als een van de laatste partijen verwittigd.

In het masterplan komen de termen omwonenden of bewoners ook niet voor. Bewoners denken te zijn vergeten door de gemeente. Om omwonenden met terugwerkende kracht toch inspraak te geven wordt er na een motie van GroenLinks en Lokaal Tilburg in december 2018 een zogenaamd planteam opgetuigd, waarin verschillende tegenstanders plaatsnemen, samen met onder meer de bedrijvenlobby, andere bedrijven en leden van de wijkraad van de Reeshof. Dat planteam vergadert regelmatig over de plannen voor het bedrijventerrein. Het is dé manier om inwoners een volwaardig onderdeel van de planvorming te laten zijn.

Marjolein de Graaff vindt de vergaderingen van het planteam niet altijd gemakkelijk. De Graaff: “We hebben nu twee jaar lang meegepraat over plannen die we niet gerealiseerd willen zien, maar we hebben ons altijd constructief opgesteld. Wij als omwonenden hebben in het planteam echt al het werk gedaan. De meeste adviezen van het planteam zijn vanuit ons gekomen. De bedrijven die in het planteam zitten hebben eigenlijk enkel commentaar gegeven. We zetten de hakken niet in het zand en we zijn er gewoon open over dat we het een heel slecht plan vinden.”

Ook BORT, Bedrijven Overleg Regio Tilburg, zit in het planteam. Zij zijn de lokale bedrijvenlobby en in het planteam fungeren zij als spreekbuis van de Tilburgse bedrijven. Jan van Mourik is de secretaris van BORT. Volgens hem is de ontwikkeling van Wijkevoort voor BORT belangrijk omdat er behoefte is aan nieuwe bedrijventerreinen en omdat er op de bestaande bedrijventerreinen weinig ruimte is. “Er zit altijd een vernieuwingsslag in het bedrijfsleven. Dan kun je meestal op bestaande locaties wel uitbreiden. Nu kan dat niet. Onze bedrijven zijn op zoek naar andere gronden.”

Volgens BORT zijn de Tilburgse bedrijven vooral op zoek naar ruimte, maar maakt het die bedrijven niet zoveel uit of die ruimte wel of niet op Wijkevoort beschikbaar komt. “Wij vragen aan de gemeente ruimte voor onze ondernemingen. Waar die ruimte dan komt is een zaak van de gemeente. BORT gaat tenslotte niet over de locatie. De keuze voor Wijkevoort is wat ons betreft echter wel een gelopen race.”

BORT wil vooral de garantie dat er grond vrijkomt waar bedrijven hun panden kunnen plaatsen. “Wat wij vooral willen is ruimte voor Tilburgse bedrijven die willen groeien. In het licht van de bouw van tienduizenden woningen in deze gemeente de komende jaren, moet er immers ook ruimte zijn voor bedrijvigheid om nieuwe inwoners voldoende werkgelegenheid te bieden.”

BORT is dus vooral een pleitbezorger van de bedrijven die al in de stad zitten. Wijkevoort is het enige bedrijventerrein dat de gemeente Tilburg momenteel in ontwikkeling heeft, dus als Tilburgse bedrijven flink willen uitbreiden, moeten ze wel daar terecht. BORT maakt zich er hard voor om Tilburgse bedrijven naar Wijkevoort te krijgen, maar het staat nog helemaal niet vast dat het er alleen voor Tilburgse bedrijven zal zijn. “Mochten Tilburgse bedrijven zich uiteindelijk niet op Wijkevoort kunnen vestigen, dan hebben we elders nog steeds grond nodig”, zegt Van Mourik. Volgens Van Mourik zijn nieuwe bedrijven uiteraard wel welkom, maar blijft de vraag van de bedrijven die nu in Tilburg zitten, overeind. De gemeente probeert dat probleem in ieder geval te tackelen door vast te leggen dat er ook MKB-bedrijven op het bedrijventerrein terecht kunnen.

De vergaderingen van het planteam zijn voor BORT altijd bijzonder. Zij moeten in dat planteam in gesprek met bewoners die het bedrijventerrein liever niet zien komen. “Het is vaak een uitdaging om tot een goed advies te komen,” vertelt Van Mourik, “maar we zijn allemaal Tilburgers en we proberen toch nader tot elkaar te komen, dus op zich gaan die vergaderingen eigenlijk best goed, gegeven de tegenstellingen.”

Het planteam betrekt de tegenstanders bij de planvorming, en de gemeente doet nog meer pogingen om de participatie te vergroten en de burger te informeren. Zo komt er een omgevingsdialoog: een handreiking naar burgers die de gemeente verplicht moet organiseren bij alle stedelijke ontwikkelingsprojecten. In dit geval gaat het om vijf, vanwege corona digitale, sessies, waarin bewoners vragen kunnen stellen. Die vragen worden door wethouder Berend de Vries, projectleider Susan Groot Jebbink en verschillende ambtenaren beantwoord. Dat brengt echter geen nieuwe openheid met zich mee.

Wat er in die vijf sessies precies te zien is, is grotendeels onbekend: de gemeente Tilburg heeft enkel de eerste en de laatste sessie op YouTube gezet. De drie tussenliggende sessies, die elk dieper ingaan op een specifiek thema en waarbij verschillende bewoners en raadsleden aanwezig waren, zijn niet openbaar gemaakt. Ze zouden niet zijn opgenomen, blijkt uit de correspondentie tussen de raadsgriffie en een raadslid. Maar als deze journalist via een beroep op de Wet openbaarheid bestuur de openbaarmaking van die sessies verzoekt, blijken er wel degelijk opnames van te zijn gemaakt. Ondanks herhaaldelijke verzoeken maakt de gemeente ze echter niet openbaar en voert ze aan dat de persoonlijke levenssfeer van bewoners die in de sessies aan het woord komen belangrijker is dan het belang van openbaarmaking.

Die vijf sessies werden door tegenstanders in elk geval niet beschouwd als een omgevingsdialoog, maar meer als een omgevingsmonoloog. “Je mocht via de chat of via WhatsApp vragen indienen of opmerkingen maken. Daar werd dan op gereageerd. Bij een dialoog ga je met z’n tweeën in gesprek en kom je tot een hoger niveau. Zo hebben wij het niet ervaren”, zegt Marjolein de Graaff daar na afloop over. “Het was vooral het zenden van informatie.”

Twijfels in de gemeenteraad
De gemeente doet verwoede pogingen de burger uit te leggen waarom de plannen voor het bedrijventerrein voor de stad zo belangrijk zijn, maar uiteindelijk is de gemeenteraad de enige die de daadwerkelijke besluiten kan nemen. De gemeenteraad is dan ook de enige die kan beslissen of dit bedrijventerrein er wel of niet komt. De Tilburgse gemeenteraad kent elf fracties. De coalitie bestaat uit D66, GroenLinks, VVD en het CDA. De grootste partij, Lijst Smolders Tilburg, komt bij de coalitieonderhandelingen van 2018 in de oppositie terecht, omdat andere partijen niet met Lijst Smolders willen samenwerken in een coalitie.

Op het moment dat die coalitie van D66, GroenLinks, VVD en CDA zich aandient, is de stemming over het masterplan net enkele maanden achter de rug. Bijna alle partijen stemden daar toen mee in. Toen Marjolein de Graaff na haar inspraakmoment en na die stemming erachter kwam dat heel veel raadsleden nog nooit in het gebied waren geweest, besloot ze alle partijen uit te nodigen om bij haar langs te komen. Ze wilde met ze door het gebied fietsen en ze zelf een oordeel over het gebied laten vellen. Die zet zou bepalend blijken voor hoe raadsleden met het dossier zouden omgaan.

Alle partijen gaan op de uitnodiging van De Graaff in. Een van de raadsleden die zich meldt is Linda Oerlemans van eenmansfractie ONS Tilburg. Tijdens de stemming over het masterplan was Oerlemans nog lid van de partij Voor Tilburg en stemt ze namens die partij in met het masterplan. “Die fietstocht maakte heel veel indruk op me”, vertelt Oerlemans. “Niet alleen omdat het een heel groot gebied is, maar ook vanwege de weerstand van Marjolein de Graaff. Dat ze zich er zo tegen verzette, dat ze zich zo in het dossier had verdiept. Achteraf gezien moet zij zich jaren heel alleen hebben gevoeld.”

Op papier vond Oerlemans het aanvankelijk hele mooie plannen, geeft ze ruiterlijk toe. Maar toen ze bij De Graaff langskwam in het gebied, veranderde ze van standpunt. “Die uitnodiging was echt een omslagpunt. Marjolein vertelde me toen dat de plaatjes die in het masterplan staan helemaal niet klopten. Dat zijn we toen gaan onderzoeken. Iemand in onze fractie, die architect is, heeft ernaar gekeken, en hij zei inderdaad ook dat er van die plaatjes maar weinig klopte. Ik dacht toen: hier moeten we actie op ondernemen.”

De raadsleden van de oppositie onderschrijven het allemaal: het waren de plaatjes uit het masterplan die voor veel raadsleden erg tot de verbeelding spraken. Die plaatjes zien er dan ook geweldig uit: futuristische gebouwen in een groene oase, met zelfs een soort mos op de daken, liggend aan het idyllische Wijckermeer. Wie niet beter zou weten, zou haast denken dat dit een groot, luxe vakantiecomplex is. Maar wie beter naar de plaatjes kijkt, ziet dat de gebouwen soms even groot zijn als de bomen, en dat de loodsen bijvoorbeeld geen oprijlanen hebben.

De gemeente zegt later dat die plaatjes pure artist impressions zijn, en dat de tegenstanders die plaatjes niet zo letterlijk moeten interpreteren. Daar valt wat voor te zeggen, maar veel raadsleden zeggen door die plaatjes het gevoel te hebben gehad dat dat wat er te zien is ook echt is wat er gaat komen. En dat is niet zo: elk bedrijf dat zich daar uiteindelijk zal gaan vestigen heeft ten slotte eigen wensen voor de vormgeving van hun bedrijfspand. Volgens de gemeente zijn de impressies bedoeld geweest om een idee te geven van hoe tachtig hectare bedrijventerrein eruit kan komen te zien in combinatie met de omschreven ambities. De gemeente benadrukt ook dat het niet de bedoeling van de plaatjes was om de indruk te wekken dat het bedrijventerrein er precies uit zou komen te zien als op de plaatjes wordt gesuggereerd. Toen was het kwaad echter al geschied.

Ook Helma Oostelbos van de SP komt bij De Graaff langs in het gebied. Voor de SP was het bezoek aan het gebied eveneens een kantelpunt in hun overtuiging. “Gedurende de fietstocht werden we steeds bozer. We dachten echt: waar zijn we mee bezig”, zegt Oostelbos. “Die fietstocht en dat gesprek waren echt de eye opener voor ons.” De SP-fractie begint ook steeds meer bezwaren tegen het bedrijventerrein te zien, en heeft steeds vaker een weerwoord op de argumenten van de gemeente om het bedrijventerrein te ontwikkelen.

Voor de werkgelegenheid, een van de belangrijkste redenen om het bedrijventerrein te ontwikkelen voor de gemeente, hoeft het bedrijventerrein er bijvoorbeeld niet te komen, denkt Oostelbos. “Logistieke dozen geven niet heel veel arbeid per vierkante meter. Daarnaast zijn het juist vaak arbeidsmigranten die op dat soort bedrijventerreinen komen te werken. Dat is allemaal heel fijn, maar dat biedt voor de Tilburgers zelf geen werk.”

Dat er arbeidsmigranten op het bedrijventerrein komen te werken staat inderdaad buiten kijf. Uit een onderzoek dat de gemeente door onderzoeksbureau Ecorys heeft laten uitvoeren blijkt dat in de eerste vijf jaar een groot deel van de werkgelegenheid door arbeidsmigranten zal moeten worden opgevuld. Na die vijf jaar zouden die arbeidsmigranten, in het meest gunstige scenario, plaatsmaken voor middelbaar- en hogeropgeleiden. “Arbeidsmigranten zijn toch een soort moderne slaven”, vindt Oostelbos. “Die worden gewoon uitgebuit, en dan moeten ze hier ook nog eens huisvesting vinden. Dat is bijna niet te doen.”

Logistieke ontwikkeling vindt ze daarnaast een groot risico voor de stad. Eerder profileerde Tilburg zich als textielstad en vertrokken veel textielbedrijven op den duur naar lagelonenlanden. “Op Wijkevoort komt laaggeschoolde arbeid. Als je daar alles op inzet dan heb je de kans dat alles, net zoals in het verleden met de textielindustrie, in elkaar stort. In Tilburg ontstond toen veel werkloosheid en armoede. Dat moeten we vandaag de dag zeker weten te voorkomen.”

Bea Mieris van de PvdA komt eveneens bij Marjolein langs in het gebied na ingestemd te hebben met het masterplan. Tijdens de fietstocht in het gebied schrok ze zich wezenloos. “Ik ben echt onpasselijk geworden”, vertelt ze. “Ik zag het landschap. Marjolein de Graaff vertelde mij over de beekdalen en de dieren die daar leven. Ik zag een mooi groen landschap. Mensen weten dat ik ontzettend van de natuur ben, en toch had ik namens de PvdA het besluit genomen om in te stemmen met het masterplan. Ik dacht: wat verschrikkelijk, ik heb een fout gemaakt.”

Ze is meteen naar haar fractie gegaan om uit te leggen dat ze dacht dat de PvdA een verkeerd besluit heeft genomen door in te stemmen met het masterplan. “Dat industrieterrein werd gepresenteerd als een mooi, nieuw en goed inpasbaar bedrijventerrein, dus ik zag daar destijds zelf ook het kwaad niet van in, maar na de fietstocht met Marjolein wist ik dat we verkeerd hadden beslist. Er is toen een ledenvergadering geweest van de PvdA, en tot mijn grote opluchting steunden de leden mij in mijn wens om het groene landschap te behouden.”

Wat Mieris onder meer steekt is dat de gemeente volgens haar met de stikstofregels sjoemelt. Om het bedrijventerrein te realiseren moet de gemeente stikstofrechten zien te vergaren om de stikstof die bij het bedrijventerrein gaat worden vrijgegeven te kunnen compenseren. Daarvoor gaat de gemeente in het gebied op zoek naar plekken waar ze de stikstofrechten van kunnen overnemen. Een manier om aan stikstofrechten te komen is om boerenbedrijven uit te kopen. Die boerenbedrijven trekken een zware wissel op de omgeving: ze gebruiken pesticiden, putten het land uit en ze stoten door al het vee dat ze hebben vaak veel stikstof uit. Daar liggen de stikstofrechten dan ook voor het oprapen.

De gemeente koopt de stikstofrechten van de boerenbedrijven op, met als gevolg dat de bedrijven stil komen te liggen of verdwijnen. Doordat de activiteiten van de boeren permanent gestaakt worden, wordt er in het gebied ook minder stikstof geproduceerd. Dat is voor de gemeente praktisch, want de gemeente kan het gat dat in de stikstofruimte overblijft vullen met de stikstof die vrijkomt bij de bouw en de activiteiten op het bedrijventerrein. Zonder stikstofrechten op te kopen kan het bedrijventerrein er in elk geval niet komen.

Maar de gemeente lijkt meer stikstof in te willen zetten dan in het gebied op dit moment wordt uitgestoot. Mieris vertelt over een boerenbedrijf in het gebied. “De gemeente heeft van een bedrijf de stikstofrechten gekocht. De gemeente zegt daarover dat dat bedrijf nu vervuilend is voor de omgeving wat de stikstof betreft. De gemeente beweert daarnaast dat de omgeving erop vooruit zal gaan nu zij de stikstofrechten hebben gekocht, omdat ze slechts een deel van de gekochte stikstofrechten van dat bedrijf zullen gaan inzetten, en niet alles. Maar dat is echt niet waar.”

De bewoners van het perceel waar het over gaat hebben namelijk gebruik gemaakt van de stoppersregeling: een regeling waar boeren gebruik van kunnen maken zodat ze kunnen stoppen met hun agrarisch bedrijf. De bewoners hebben hun boerenbedrijf stopgezet en hun vee verkocht. “Dat bedrijf is nu dus helemaal niet vervuilend. Er staat daar geen vee. Ik weet dus honderd procent zeker dat dat onwaar is”, zegt Mieris.

Dan is er ook nog een ander perceel waar de gemeente zijn ogen op heeft gericht. “Dat andere perceel betreft een bedrijf dat geen opvolging heeft, en er dus er binnen de kortste keren mee zal ophouden”, zegt Mieris. “De gemeente onderhandelt nog met de eigenaar daarvan over de stikstofrechten, maar waarschijnlijk zullen die wel gekocht worden. De eigenaar wil ze namelijk op zich wel verkopen.” Ondanks het feit dat de deal nog niet rond is, komt het bedrijf al wel in de stukken van de gemeente voor. Niet netjes, vindt Mieris. Ze stelt er artikel 40-vragen over: vragen die binnen vier weken beantwoord moeten worden. De vragen gaan over beide percelen. In de beantwoording van die vragen laat de gemeente al weten dat op de beantwoording van de vragen over het eerste perceel later met antwoorden komt.

Op de vragen over het tweede perceel komt wel een reactie, maar nauwelijks een antwoord. De gemeente geeft in die reactie bijvoorbeeld aan dat voor het opstellen van de plannen de benodigde stikstofrechten niet per se door de gemeente verworven hoeven te zijn, en dat het perceel waarmee nog wordt onderhandeld alvast in de plannen is opgenomen om meer zekerheid te kunnen krijgen over het opheffen van de stikstofuitstoot.

Op de antwoorden op de vragen over het eerste perceel, waarop de gemeente later met antwoorden zou komen, staat dat de bewoners nog een vergunning hebben voor het uitbaten van een boerenbedrijf, en dat daardoor nog sprake van stikstofuitstoot kan zijn. Ook het feit dat er nog gebouwen, zoals stallen en schuren, op het perceel staan, is voor de gemeente reden om te vermoeden dat de eigenaren weer met het bedrijf zouden kunnen doorgaan als het bedrijventerrein er niet komt. En dus mogen ze de stikstofrechten inzetten, ook al staat er nu geen vee. Volgens de gemeente moet er ook worden uitgegaan van de rechten die op dat moment wettelijk zijn verleend.

Papieren koeien, noemen de tegenstanders het. De gemeente rekent met stalcapaciteit in plaats van met daadwerkelijk aanwezig vee, en doet het lijken alsof de bedrijven waarvan ze de stikstofrechten willen bemachtigen nog in bedrijf zijn, en zonder de ontwikkeling van Wijkevoort tot in lengte der dagen zouden zijn doorgegaan. Het is onder andere dat marchanderen met de stikstofregels waardoor de PvdA tegen de plannen is. Volgens de PvdA gaan de beschermde natuurgebieden er ook alleen maar op achteruit doordat er op de stikstofregels is afgedongen.

Tijd voor echte inspraak
Bewoners noemen de drie vrouwen van ONS Tilburg, de SP en de PvdA gekscherend Charlie’s Angels, naar de drie detectives uit een Amerikaanse televisieserie met dezelfde titel. Die bijnaam is ze gegeven tijdens een inspraakavond in de schil van het Willem II-stadion. Een heftige avond, waarop niet minder dan veertien tegenstanders van het bedrijventerrein hun zegje komen doen, en één inspreker namens het bedrijfsleven die vóór de komst van het bedrijventerrein is.

Johan van Zon, die al zijn hele leven in het gebied woont en mensen mondjesmaat uit het gebied zag vertrekken, is er ook aanwezig, en trekt in zijn toespraak parallellen met de Tweede Wereldoorlog. In de Tweede Wereldoorlog moest zijn grootvader samen met zijn vrouw en de rest van het gezin van de Duitsers uit hun huis vertrekken. “Hoewel de procedure nu anders is, is het resultaat hetzelfde”, zegt Van Zon in zijn toespraak. “Ook nu wonen er gezinnen met slapeloze nachten. Ze hadden een mooi thuis gerealiseerd, maar het was inpakken, wegwezen.”

Ook andere insprekers zijn fel over de voornemens van de gemeente. Marjolein de Graaff en Leo Peters spreken in. Stan Maessen, de man van De Graaff, doet ook zijn zegje. Verder zijn aan het woord: een vertegenwoordiger van een duikvereniging, andere leden van Reeshof aan Zet, andere bewoners uit het gebied en daarbuiten, en ook mensen die zich daarvóór nog nooit eerder hadden uitgesproken. Zelfs Noord-Brabants Statenlid Anne-Miep Vlasveld van de Partij voor de Dieren komt praten op de avond in het stadion.

In de goedgevulde zaal zitten vooral tegenstanders. De raadsleden van de coalitie die de plannen verdedigen weten zich echter goed staande te houden en ook wethouder Berend de Vries laat zich niet makkelijk van zijn stuk brengen. Aanwezigen doen vooral op de raadsleden van D66 en GroenLinks een moreel appèl. Dat zijn in hun ogen de partijen die op dit dossier nog tot inkeer zouden kunnen komen. De VVD en het CDA stemmen, in lijn met hun idealen, toch wel in met de plannen, zo is het idee. Marjolein de Graaff spreekt daarom de raadsleden van GroenLinks toe, evenals Boy Jonkergouw.

Jonkergouw is gevierd Tilburgs theatermaker, verzorgt evenementen en is lid van GroenLinks. Bij de inspraakavond in het Willem II-stadion beargumenteert Jonkergouw waarom Wijkevoort er niet moet komen. “Tilburg wordt er ongezonder, lelijker en heter van, terwijl de economische voordelen te verwaarlozen zijn”, vertelt hij. Hij vreest dat de raadsleden zich niet vrij voelen om zelf te kiezen. “Er is partijdiscipline. Er is ruilhandel. Er zijn je carrièrekansen binnen de politiek die er niet altijd beter op worden als jij degene bent die de coalitie laat struikelen. Ik doe geen beroep op u als politicus, maar op uw menselijke hart dat stronteigenwijs in uw borstkas klopt”, zegt hij.

Later is hij degene die, samen met een lid van D66, een van de zwaarste democratische middelen van stal haalt. Hij doet een aanvraag voor een referendum over Wijkevoort. De gemeente Tilburg biedt namelijk de mogelijkheid om over lokale kwesties een referendum te houden. Daar zijn een aantal eisen aan verbonden. Zo moeten tenminste 1300 inwoners van Tilburg een zogenaamd inleidend verzoek indienen en moet dat gebeurd zijn binnen drie weken na bekendmaking van een besluit van de gemeenteraad. Dat besluit moet dan ook nog eens referendabel zijn, en niet zomaar elk besluit is ook echt referendabel.



“De initiatiefnemers vroegen mij het referendum mee in te dienen”, zegt Jonkergouw. “Ik heb een groot aantal actieve, lokale volgers op social media, en ik vond het ook een goed idee om mij bereik daarvoor in te zetten.” Samen met het D66-lid doet hij bij de gemeente een aanvraag voor een referendum over bedrijventerrein Wijkevoort. Jonkergouw doet de aanvraag na het raadsdebat over de nota Toekomstbestendige werklocaties: een nota van de gemeente die de toekomst van alle bedrijventerreinen in Tilburg behelst en waar Wijkevoort dus ook deel van uitmaakt. In die nota staat ook dat aan Wijkevoort prioriteit wordt toegekend. Na een debat van bijna drie uur, dat bijna alleen maar over Wijkevoort gaat, stemmen de coalitiepartijen met de nota in. De aanvragers hopen dat besluit met een referendum terug te kunnen draaien.

De aanvragers van het referendum stellen een tekst op voor de referendumaanvraag. In samenspraak met de raadsgriffie wordt de tekst ietwat gewijzigd, zodat deze in lijn is met het raadsbesluit waar het referendum over zal gaan. Na wat mailtjes en WhatsAppjes heen en weer te hebben gestuurd, besluiten ze samen tot een definitieve tekst, die zowel ruimte biedt aan de nota waar het referendum over gaat (over alle Tilburgse bedrijventerreinen dus), als aan Wijkevoort in het bijzonder.

Enkele dagen later publiceert de gemeente het referendumverzoek op hun website. De raadsgriffie belooft enkele nieuwsberichten klaar te zetten voor het Stadsnieuws, een lokale Tilburgse krant, zodat zoveel mogelijk mensen van het referendumverzoek kennis kunnen nemen. Ook zegt de griffie dat er enkele berichten worden klaargezet voor de Facebookpagina van de gemeenteraad. Een vrij normale procedure om de gewone burger, die van alle heisa omtrent dat bedrijventerrein niet per se veel meekrijgt, op de hoogte te houden van wat er zich in politiek Tilburg allemaal afspeelt.

Gek genoeg gebeurt niets van dat alles. In het Stadsnieuws wordt geen enkel nieuwsbericht over het referendum afgedrukt en op Facebook worden de berichten over het referendum verwijderd. Later wordt ook de tekst van het referendumverzoek op de website van de gemeente aangepast en het woordje ‘Wijkevoort’, waar het de indieners allemaal om te doen is, haalt het aangepaste referendumverzoek niet.

Theo Weterings (VVD), die als partijonafhankelijk voorzitter van de gemeenteraad en burgemeester van de stad optreedt, blijkt er een stokje voor te hebben gestoken. Het woordje ‘Wijkevoort’ haalde de versie van de burgemeester niet, omdat het referendum wat hem betreft over de hele nota moet gaan. Alle bedrijventerreinen dus, en niet alleen Wijkevoort. De burgemeester voelt zich als voorzitter van de raad genoodzaakt de referendumverordening na te leven en het referendum is volgens die verordening niet bedoeld om slechts een deel van een nota uit te lichten. De burgemeester geeft ook aan dat de berichten voor het Stadsnieuws en Facebook “juridisch onjuist waren”.

De teksten voor het Stadsnieuws en voor Facebook worden echter niet aangepast om ze juridisch wél hout te laten snijden. In de krant en op Facebook blijft het van gemeentewege dan ook oorverdovend stil als het om het referendum gaat. Het referendumverzoek wordt door de gemeente nergens officieel aangekondigd, behalve op een pagina van het bestuursinformatiesysteem van de gemeente: een website die voor gewone burgers niet gemakkelijk te vinden is.

Iets later debatteert de raad over het voorstel voor het referendum. De gemeenteraad kiest zelf of het referendum doorgaat, of niet. Voorafgaand aan het debat over het referendum hebben drie advocatenkantoren de referendumaanvraag onderzocht en er een advies over uitgeschreven. Het zijn adviezen waar raadsleden elkaar in het debat spreekwoordelijk flink mee om de oren slaan. Ieder raadslid legt de adviezen in zijn eigen voordeel uit. Na een zwaar debat stemt de voltallige oppositie in met het referendum, en stemt de voltallige coalitie ertegen. Het referendum vindt geen doorgang.

Na die teleurstelling houdt Jonkergouw het voor gezien. “We wilden laten weten dat we het er niet mee eens waren, maar het voelde op een gegeven moment als water naar de zee dragen. Ik heb ook van tevoren aangegeven dat dit niet mijn levenswerk zou gaan worden. Op een gegeven moment moet je dan je battles kiezen. Het is in elk geval heel erg vreemd dat een burgemeester ingrijpt om de tekst van het referendum te wijzigen”, zegt hij er na afloop over.

Voorstanders van het referendum vinden het ook vreemd dat burgemeester Weterings het debat over Wijkevoort in de raad gewoon toestaat. Een veelgehoord kritiekpunt is dat Weterings heel lang de suggestie heeft gewekt dat er op het dossier nog geen definitieve keuzes zijn gemaakt, omdat hij als voorzitter van de gemeenteraad de debatten over Wijkevoort nooit heeft afgekapt. Doordat hij alle gesprekken over Wijkevoort maar toestond, ook nadat er al onomkeerbare keuzes waren gemaakt door de gemeenteraad, wekte hij de indruk dat er nog wel een mouw aan te passen was, terwijl dat zeker niet het geval was, en bepaalde besluiten nu eenmaal onherroepelijk zijn.

“Er is geen enkele vorm van tegenmacht”, vindt Jonkergouw. “Ik zie heel jonge raadsleden politicusje spelen en zich achter juridisch formeel taalgebruik verschuilen om het beleid van het college te kunnen steunen. Raadsleden zeggen voortdurend dat dit bedrijventerrein een rijdende trein is die we niet meer kunnen tegenhouden. Het is logisch dat je bestuurlijk betrouwbaar wilt zijn, maar met de coronacrisis, de stikstofcrisis en de weerstand onder de bevolking vind ik dat je je standpunt op z’n minst mag heroverwegen.”

Koen van der Krieken stemde als raadslid van D66 tegen het referendum. Volgens hem en zijn fractie was de nota die in het referendumverzoek naar boven kwam niet referendabel: er was al eerder een moment geweest waarop een referendum over het bedrijventerrein gehouden kon worden, en wel op 5 februari 2018, op de dag dat de raad het masterplan bekrachtigde. “De regels stellen dat als er in een dossier eerder een besluit is genomen waar een referendum over gehouden kan worden, dat dát besluit dan referendabel is, en alle besluiten die volgen niet meer.”

Van der Krieken heeft de zaak wel uitgebreid bestudeerd. Hij is alles nog eens langsgelopen en heeft alle keuzes die ze hebben gemaakt heroverwogen. Bij D66 vroegen ze zich vooral af of het masterplan en het bijbehorende raadsbesluit voldoende concreet waren en of het masterplan daarna ongewijzigd is gebleven. “Die vragen heb ik beantwoord met ‘ja”, zegt hij. De fractie heeft ook nagedacht over of het wel de bedoeling van de referendumverordening is om een referendum over specifiek Wijkevoort toe te staan. De fractie dacht van niet, en zegt dat ze vooral naar de spelregels hebben gekeken: kan dit referendum er komen, of niet?

Van der Krieken is ook bij zichzelf ten rade gegaan of Tilburgers in 2018, bij het bekrachtigen van het masterplan, hadden kunnen weten dat het bedrijventerrein er zou komen. Daar is hij van overtuigd. “Als je de plannen ziet, dan weet je dat we daar geen Beekse Bergen gaan bouwen. Mensen hadden toen echt kunnen weten dat daar een bedrijventerrein zou komen. Marjolein de Graaff was komen inspreken. Het heeft in de krant gestaan. Je kunt een omgevingsalert instellen. Mensen hadden het destijds echt kunnen weten. Als ze een referendum hadden gewild, hadden ze dat eerder, in 2018, kunnen aanvragen.”

Dat D66 tegen een referendum stemt, is weinig vanzelfsprekend, gelet op de idealen van die partij. Van der Krieken denkt dat het ook lastig is om goed uit te leggen waarom zij als D66 het referendum hebben afgewezen. “Dat ligt namelijk heel genuanceerd. Om het goed te kunnen uitleggen moet je daar de tijd voor kunnen nemen. Maar het sentiment ‘tegen’ is altijd makkelijker: ‘We gaan Wijkevoort bouwen’, ‘het komt helemaal vol te staan’ of ‘we gooien het landschap vol met dozen’. Dat zijn kreten die je er makkelijk uitgooit, terwijl het juist over de nuance gaat.”

Volgens Van der Krieken zijn het desondanks wel de burgers die het best weten wat goed is voor de stad. “Alleen burgers denken daar heel verschillend over, en daarom zijn wij er als raadsleden om alle verschillende belangen te wegen. Er zijn ook mensen voorstander van Wijkevoort. Je hoort ze in de publieke discussie niet zo vaak. Dan kan het beeld natuurlijk ook ontstaan dat het een heel eentonige discussie is. Mijn buurman werkt bijvoorbeeld bij een logistiek bedrijf en die vindt het hartstikke prettig en fijn dat dat bedrijventerrein er komt. En dat is een gewone Tilburger, hoor. Daar willen we juist kansen voor creëren.”

Van der Krieken noemt het bedrijventerrein zelfs meermaals “een stapeling van kansen” in de raadsdebatten. Het bedrijventerrein zou duizenden arbeidsplaatsen kunnen opleveren, de financiële middelen die vrijkomen door ontwikkeling van het gebied worden in de directe omgeving geïnvesteerd, de gemeente ontwikkelt de recreatieve functie van het gebied en de productie en opslag worden dichter bij huis georganiseerd. De hele Reeshof zou met de zonnepanelen van het bedrijventerrein van stroom kunnen worden voorzien. De kansen die D66 voorziet, komen grotendeels overeen met de wensen die het college met het gebied heeft.

Tegen het besluit van de gemeenteraad tekenen bewoners bezwaar aan. Dertien bewoners worden gehoord door een bezwarencommissie van de gemeente, waar twee ambtenaren van de gemeente Tilburg in zetelen en een extern persoon. De bezwaren worden door de bezwarencommissie niet gegrond verklaard en de bezwarencommissie heroverweegt het besluit over het referendum niet. Ook wanneer oppositiepartijen een motie indienen om de bezwaren gegrond te verklaren en het referendum te laten doorgaan, houdt de coalitie voet bij stuk.

De procedure rondom het referendum is onlangs nog door de gemeente geëvalueerd: de gemeenteraad had om een evaluatie verzocht na het desastreuze verloop van de referendumaanvraag. De gemeente kwam daarop met enkele voorstellen, zoals aanpassingen van de referendumverordening, zodat ook voor bewoners duidelijk is wanneer er wel en wanneer er geen referendum is aan te vragen.

Een ander idee
Hoewel Wijkevoort het meest prestigieuze bedrijventerrein van Tilburg zou moeten worden, of misschien wel van heel Noord-Brabant, spelen architecten ook met een ander idee. Architecten en ontwerpers Nout Sterk, Vincent van Heesch en Bram van de Sanden bedachten samen met Lex Hildenbrant in de lente van 2020 een alternatief voor het bedrijventerrein op Wijkevoort. Een ontzettend glimmend alternatief, welteverstaan. Zij deden mee aan een ontwerpwedstrijd van de stedenbouwkundige denktank CAST, en ontwierpen De Gouden Doos.


“Voordat de wedstrijd was uitgeschreven hadden we al een aantal schetssessies gehad. We bedachten dat we iets moesten verzinnen op de logistieke problemen die er momenteel spelen. Er is tenslotte veel te doen om de toenemende verdozing”, legt Nout Sterk uit. Ze bedachten als oplossing voor dat probleem een grote kubus van 240 kubieke meter. “Het is een multifunctionele kubus waarin een heel geoptimaliseerd logistiek proces zich kan ontvouwen. Hij moet echt een vernieuwende kijk geven op het logistieke landschap dat we nu hebben.”

“We bedachten: als we de lucht in gaan, kunnen we efficiënter omgaan met de ruimte die we hebben. Dit idee biedt dan ook een alternatief voor de manier waarop we nu bezig zijn om onze bedrijventerreinen in te richten. Wijkevoort is vooral een bedrijventerrein, en daar zit dan een groene schil omheen. Daar kunnen we er nog twintig van verzinnen, maar daar wordt de omgeving niet mooier van. Met De Gouden Doos kunnen we zeggen dat we de logistiek zo optimaal concentreren dat de ontwikkeling van Wijkevoort niet meer nodig is.”

“Sterker nog, de capaciteit waar op Wijkevoort rekening mee wordt gehouden past drie keer in De Gouden Doos”, volgens collega Vincent van Heesch. “Op korte termijn zijn lage gebouwen goedkoper. De grondprijzen zijn niet heel hoog, dus projectontwikkelaars worden ook niet gedwongen om de lucht in te gaan. Het gebeurt nog bijna niet, dus wij hebben met dit idee nu een stipje op de horizon gezet, om het idee van gestapelde logistieke centra terrein te laten winnen.”

Het immense ontwerp zou het hoogste gebouw van Noord-Brabant worden. Het is dan ook vooral een out-of-the-box-idee dat een frisse blik werpt op de manier waarop de logistieke sector momenteel is ingericht. Van Heesch: “Je moet De Gouden Doos zien als een soort machine. Van binnen is het een soort donkere ruimte, waar misschien niet eens meer mensen komen, maar alleen robots die pakketjes op de juiste plek zetten. Die pakketjes komen ergens binnen, en gaan er ergens weer uit. Moeilijker dan dat is het volgens mij niet.”

Het is een ontwerp, maar het gaat vooral over de boodschap van De Gouden Doos. “De Gouden Doos is een extreem idee om even mee uit te spreken dat we verkeerd bezig zijn. Het realiseren van De Gouden Doos is haalbaar, maar je moet wat verder vooruit kijken. Het vergt een grote investering. Het is nu makkelijker voor bedrijven een eigen halletje neer te leggen”, zegt Van Heesch.

Daarnaast zijn er altijd verschillende partijen nodig voor zo’n grote ontwikkeling, zegt Bram van der Sanden. “In het logistieke landschap spelen er verschillende discussies. Logistieke centra en de huisvesting van arbeidsmigranten zien we liever niet in onze achtertuin, maar we willen wel vandaag iets kunnen bestellen en het het liefst nog dezelfde dag in huis hebben. Dat is het spanningsveld dat er ligt.”

Om ideeën zoals De Gouden Doos werkelijkheid te kunnen laten worden moeten er nog wel een paar zaken gebeuren. “De nood om op deze manier te bouwen is nog niet hoog genoeg. De financiële prikkel is er nog niet. Zodra die er is, gaan dit soort ideeën in aanzien winnen”, zegt Van der Sanden. “Niemand wil een logistiek centrum in zijn achtertuin, maar iedereen wil wel een pakketje kunnen bestellen dat dezelfde dag nog bezorgd wordt. Dat zijn discussies die ook meespelen.”

De bedrijven waar het over gaat
De Gouden Doos zou overal kunnen komen te staan, maar de ontwerpers wezen als aanvankelijke locatie een aantal akkers in het zuidoosten van de stad aan. Die locatie ligt overigens niet erg ver van een groot braakliggend terrein dat in dit dossier nog een opmerkelijke rol speelt. Op dat terrein stonden vroeger de panden van twee transportbedrijven. Die panden werden allemaal met de grond gelijk gemaakt. De gronden werden opgekocht door het Oisterwijkse logistieke vastgoedbedrijf Somerset Capital Partners, dat plannen heeft voor een distributiecentrum op dat terrein van zeven hectare groot.

De gemeente ziet dat niet zitten. Die wil daar namelijk woningbouw realiseren, voor een stad die al flink met woningnood te kampen heeft. Op zeven hectare kun je aardig wat woningen kwijt. Intern proberen ze de komst van een distributiecentrum te blokkeren, zonder Somerset Capital Partners daarover in te lichten. Maar de gemeente verstuurt een brief met die informatie te vroeg aan een aantal bewoners in het gebied, waardoor Somerset haar kans schoon ziet en de vergunningsaanvraag voor het distributiecentrum toch bij de gemeente indient, één dag voordat de gemeente het distributiecentrum af zou schrijven als mogelijke optie voor het braakliggende stuk grond.

Tussen Somerset en de gemeente wordt er vervolgens flink gesteggeld. Er wordt op hoog niveau overlegd over wat er precies met de grond moet gebeuren en er worden verschillende scenario’s opgesteld die voor de gemeente bijna allemaal ongunstig uitpakken. In het eerste scenario krijgt Somerset een distributiecentrum op de gewenste locatie, wat voor de gemeente niet ideaal is, omdat ze daar liever woningbouw zien en een distributiecentrum op die plek volgens de gemeente een doorn in het oog is. In een tweede scenario koopt de gemeente de gronden van Somerset over, maar dat is voor de gemeente een peperdure operatie en een niet voor de hand liggende zet.

In twee andere scenario’s biedt de gemeente Somerset grond aan op Wijkevoort, in ruil voor de gronden in het zuidoosten van de stad. In het ene scenario wordt enkel die ruil gemaakt, in het andere scenario wil de gemeente een sterke samenwerking tussen de gemeente en Somerset bepleiten. In beide scenario’s zou Somerset minstens twintig hectare, en in één scenario misschien zelfs meer, kunnen krijgen. Dat zou een ruime verdubbeling van de zeven hectare die ze het in het zuidoosten van de stad momenteel in bezit heeft betekenen.

Somerset Capital Partners is uiteindelijk een vastgoedbedrijf. Zij bouwen loodsen, hallen en distributiecentra voor bedrijven die daarnaar op zoek zijn. Zo heeft Somerset bijgedragen aan de ontwikkeling van logistieke parken in Apeldoorn, Utrecht, Lelystad en bij Schiphol. Zelf zetelen ze niet op de bedrijventerreinen: ze zoeken een bedrijf dat in de panden die zij ontwikkelen wil zitten, of bouwen in opdracht van een bedrijf bijvoorbeeld een distributiecentrum. Welk bedrijf bij de aanleg van een nieuw distributiecentrum van Somerset precies om de hoek komt kijken, is niet bekend. De gemeenteraad moet ook nog een scenario kiezen.

Dit verhaal was nooit gerealiseerd zonder de steun van het Tilburgs Mediafonds, mijn abonnees en donateurs. Door hun financiële bijdrage heb ik de ruimte om onafhankelijke journalistiek te bedrijven. Dat is van grote waarde voor onze democratie. Help me ook de macht te controleren en ongure zaken aan de kaak te stellen. Word abonnee voor drie euro per maand.


Somerset is het enige bedrijf waarvan publiekelijk bekend is dat het mogelijk een aantal panden op Wijkevoort wil gaan neerzetten. Over andere bedrijven doet de gemeente geen uitspraak. Wethouder De Vries heeft tijdens zijn wethouderschap alle raadsleden eens een lijstje getoond met bedrijven die interesse zouden hebben in het gebied. Interesse is hier overigens een groot woord, want raadsleden zeggen dat het vooral over bedrijven gaat waarmee de gemeente eens op een beurs heeft gesproken of waar de gemeente eens mee heeft gebeld. Op dat lijstje stonden geen bedrijven die al jaren op zoek zijn naar lege kavels, zeggen die raadsleden.

Het lijstje met bedrijven is geheim. Raadsleden mogen er geen uitspraken over doen. Doen ze dat toch, dan kunnen ze worden aangeklaagd wegens schending van de geheimhouding. De gemeente heeft voor het begin van de vijf sessies van de omgevingsdialoog nog gesteld dat de bedrijven op dat lijstje nog een keer gebeld zijn, en is tot de conclusie gekomen dat de meerderheid nog steeds interesse heeft in vestiging op het gebied.

Ondanks het feit dat het lijstje met bedrijven niet geopenbaard mag worden, is door middel van een beroep op de wet openbaarheid bestuur duidelijk geworden dat er in het verleden een ander bedrijf geïnteresseerd was in Wijkevoort: autofabrikant Tesla. In 2019 wilde de gemeente Tesla, zo blijkt uit mailwisselingen uit het wob-verzoek, een kavel op Wijkevoort aanbieden, zodat ze daar een een gigantische fabriek zouden kunnen bouwen. Tesla heeft op het moment dat Tilburg zich als mogelijke locatie voor die gigafactory aanbiedt al drie gigafabrieken gebouwd in de Verenigde Staten en China. Tilburg zou zich graag in dat rijtje voegen, eens te meer omdat Tesla op het moment van de onderhandelingen al een locatie in Tilburg heeft.

Van het in het masterplan vastgelegde vraaggerichte bedrijventerrein blijkt bij de onderhandelingen met Tesla geen sprake. De gemeente zegt in een gewobte mail dat het bedrijventerrein Wijkevoort zelfs door de gemeente zélf bij Tesla onder de aandacht is gebracht. De gemeente heeft actief bij Tesla gelobbyd om een Tesla-fabriek op Wijkevoort te kunnen krijgen. Aanvankelijk reageerde Tesla positief op de voorstellen van de gemeente Tilburg, maar voor Tesla ging de ontwikkeling van het bedrijventerrein te traag.

De gemeente Tilburg liet echter niet los, en gaf aan alles in het werk te stellen om Tesla op Wijkevoort te kunnen laten landen. Ze geven in mailwisselingen aan dat ze graag “het onmogelijke mogelijk willen maken”, dat ze “de geplande tijdlijn met een of twee maanden kunnen inkorten” en dat de “totale ontwikkeling van het bedrijventerrein aan Tesla zal worden gewijd”. Of dat ook betekent dat de gemeente Tilburg het hele bedrijventerrein destijds aan Tesla ter beschikking wilde stellen, is nog niet bekend.

Aangezien het bedrijventerrein nog niet klaar was ging de gigafabriek van Tesla, ondanks de inspanningen van de gemeente om het zo snel mogelijk gereed te maken, aan Tilburg voorbij. Tesla was te naarstig op zoek naar grond en koos ervoor de gigafabriek uiteindelijk in Berlijn te bouwen. De onderhandelingen tussen de gemeente Tilburg en Tesla liepen dus spaak, maar leggen wel bloot hoe graag de gemeente Tilburg het bedrijventerrein wil ontwikkelen, en geven ook weer dat aan de ambities uit het door de gemeente opgestelde masterplan, waarin gewag wordt gemaakt van een bedrijventerrein dat wordt ontwikkeld op basis van de vraag van bedrijven, voorbij wordt gegaan.

Voor Peter van den Hoven, de fractievoorzitter van Lijst Smolders Tilburg, de grootste partij in de raad, past die opstelling van de gemeente in een lange reeks van gemeentelijk ongemak. Hij vreest er dan ook voor dat heel Wijkevoort met klassieke blokkendozen vol komt te staan: grote logistieke hallen die dienen als opslag- of distributiecentrum. “Somerset Capital Partners wil mogelijk een distributiecentrum op Wijkevoort. Daar gaat dus gewoon met dozen geschoven worden. Er is sprake van enorme kavels van minstens vijf hectare met een enorm hoge milieuvergunning, die puur bedoeld zijn om met dozen te schuiven. Daar ben ik van overtuigd.”

Het groene raamwerk dat de gemeente rond het bedrijventerrein belooft aan te leggen, en de recreatieve zones die de gemeente wil realiseren rondom het bedrijventerrein, vindt Van den Hoven een lachertje. “Als ik ga wandelen loop ik graag in een groot, open gebied. Dan kijk ik liever niet tegen enorme blokkendozen aan. Dan kan ik nog wel toevallig over een zandpad lopen en ergens een poeltje tegenkomen, maar die grote hallen zullen altijd in je zichtveld zijn.”

Hoewel Lijst Smolders Tilburg wel met het masterplan instemde, was dat vooral omdat ze in de illusie verkeerden dat het heel andere plannen waren, zegt Van den Hoven. “Voordat het masterplan ter sprake kwam, waren de plannen voor het gebied anders. Er zou hoogwaardige industrie komen, gericht op luchtvaartonderhoud, enkel langs de randen van de autoweg en goed afgekaderd. Dat zijn de plannen die wij voor ogen hadden en waar wij mee hebben ingestemd.” In het masterplan is van die hoogwaardige industrie echter geen sprake, en de plannen voor een bedrijventerrein specifiek gericht op luchtvaartonderhoud zijn als het masterplan ter tafel komt ook al van tafel. Lijst Smolders Tilburg stelde zich in raadsvergaderingen aanvankelijk zelfs regelmatig als groot voorstander van het bedrijventerrein op. “We hebben daar als raad inderdaad even zitten slapen. We zijn daar niet alert genoeg in geweest. Dat reken ik mezelf ook aan”, zegt hij.

Het is coalitiepartij GroenLinks die op dit dossier het meest te verduren krijgt. In de gemeenteraad worden ze door de oppositie het hardst aangepakt van alle partijen, en ook van bewoners krijgen ze het vaak flink te ontgelden. Oppositiepartijen vinden dat GroenLinks op basis van zijn idealen dit bedrijventerrein niet kan verdedigen, en bewoners hopen vooral dat GroenLinks een draai maakt en uiteindelijk tegen de plannen stemt.

Fractievoorzitter Evelien Kostermans voert het woord over dit dossier in de raad. “We zijn in het verleden altijd tegen geweest. We hebben dit bedrijventerrein als GroenLinks dan ook meer dan twintig jaar tegen kunnen houden”, zegt ze. “Bij de coalitieonderhandelingen van de vorige raadsperiode is dat veranderd. GroenLinks had de keus: of we gaan meedoen aan de coalitie en zorgen ervoor dat de plannen zo goed worden dat wij er ook vóór kunnen zijn, of we gaan de oppositie in en dan komt het er toch, maar dan op een manier waar wij niet achter staan. Onze wethouder Mario Jacobs heeft toen ook besloten dit dossier onder zijn hoede te nemen om ervoor te waken dat het niet een bedrijventerrein zou worden als alle anderen.”

Toen de huidige raadsperiode begon, waren er nog twee bedrijventerreinen in ontwikkeling. Dat vond GroenLinks te ver gaan, zegt Kostermans. “Ik heb al vrij snel gezegd dat twee bedrijventerreinen ontwikkelen voor ons niet acceptabel is. Het andere bedrijventerrein, Zwaluwenbunders, hebben wij afgeschreven. We hebben gewogen welke van de twee planlocaties, Zwaluwenbunders en Wijkevoort, de minst slechte plek vinden voor een bedrijventerrein. Daar kwam Wijkevoort uit.”

Het gevolg daarvan is dat er veel verzet tegen die locatie is ontstaan, en dat bewoners zelfs een moreel appèl op Kostermans doen. “Dat maakt indruk. Ik ben ook maar een mens”, zegt ze daarover. “Als ik me in Marjolein de Graaff inleef, dan moet dat voor haar een enorme strijd zijn, dus ik snap dat ze alles aangrijpt om te kijken of ze dit plan van tafel kan krijgen. Maar met haar strijd worden de huidige plannen ook beter. Door haar werk komt er steeds een vergrootglas op te liggen, waardoor de plannen wel heel goed moeten zijn om doorgang te kunnen vinden. Het is dus alleen maar goed dat daar extra checks op komen.”

Kostermans kan zich echter ook voorstellen dat bewoners zich niet gehoord voelen. “Als de uitkomst niet is zoals je wil dat-ie is, dan heb je al heel snel het gevoel dat je niet gehoord wordt. Als we bepaalde ontwikkelingen enkel zouden overlaten aan mensen die in de omgeving wonen, dan wordt het heel moeilijk om in deze stad nog iets gerealiseerd te krijgen. Wij zijn er als raadsleden om de gehele belangenafweging te doen en te kijken naar waar deze ontwikkeling het best kan plaatsvinden, mede op basis van de inspraak van bewoners.”

Tegenstanders zeggen dat GroenLinks voldoende mogelijkheden heeft gehad om toch ‘nee’ tegen de plannen te zeggen. Instemmen met het bedrijventerrein berust bijvoorbeeld op een mondelinge afspraak binnen de coalitie: Wijkevoort heeft het bestuursakkoord nooit gehaald. GroenLinks had er volgens de tegenstanders ook voor kunnen kiezen om met het referendum in te stemmen, tegen de lijn van het college in.

De fractie van GroenLinks kwam echter tot de conclusie dat er geen ruimte was om een referendum toe te staan, zegt Kostermans. Zij konden niet de keuze maken om in te stemmen met het referendum. “Binnen de spelregels van de referendumverordening konden we het verzoek niet toestaan. We wilden geen juridisch onhoudbaar besluit nemen.” Volgens Kostermans heeft GroenLinks ook helemaal geen behoefte aan een escape. “Gegeven de context sta ik achter de keuzes die we gemaakt hebben.”

Wat Kostermans betreft is er nog altijd een mogelijkheid dat GroenLinks tegen de plannen stemt. “Als er iets op bepaalde onderdelen niet klopt, gaan we niet voor de plannen stemmen. Het moet voldoen aan de vereisten die we van tevoren hebben gesteld. Naar alle plannen en nieuwe rapporten blijven we kritisch kijken. Als die niet op orde zijn, hebben we het daar binnen onze fractie over.”

De verantwoordelijkheid
Voor de daadwerkelijke ontwikkeling van het bedrijventerrein is vanuit de gemeente één hoofdverantwoordelijke aan te wijzen: de wethouder. In de afgelopen vijf jaar zijn drie verschillende wethouders verantwoordelijk geweest voor dit dossier. Mario Jacobs namens GroenLinks, Berend de Vries namens D66 en de nieuwbakken wethouder Bas van der Pol, ook namens D66.

Tegen de zomer van 2021 vertrekken wethouders Jacobs en De Vries bij de gemeente, ruim voordat de raadsperiode eindigt. De Vries wordt concerndirecteur bij de gemeente Utrecht, Jacobs wordt dijkgraaf bij het waterschap Aa en Maas. Enkele dagen voordat Jacobs vertrekt, plant hij nog enkele bomen op verschillende plekken in de stad. Aanvankelijk zou hij dat ook op een perceel doen in de buurt van waar het bedrijventerrein zou komen. Vele bewoners en activisten hadden zich daar verzameld om samen met Jacobs de bomen te planten, maar hij kwam niet opdagen. Volgens de bestuurswoordvoerder is Jacobs destijds niet naar dat perceel gekomen “als gevolg van vertraging in zijn voorafgaande treinreis”. Op een andere locatie in de stad heeft Jacobs wél bomen geplant. Toen de bewoners en activisten al vertrokken waren, zou Jacobs nog bij de andere locatie zijn langs geweest.

Zowel oud-wethouder Berend de Vries als oud-wethouder Mario Jacobs zijn gevraagd voor een interview voor deze longread, maar ze houden allebei de boot af. Ze willen de nieuwe wethouder niet voor de voeten lopen en vinden het onverstandig iets over dit dossier te zeggen nu ze geen wethouder meer zijn.

Voor vragen kan ik alleen terecht bij de nieuwe wethouder Bas van der Pol, die er tijdens ons gesprek zo’n zeven weken zit in zijn hoedanigheid als wethouder. Met wethouder Rik Grashoff (GroenLinks), wethouder op het gebied van grondzaken, openbare ruimte, klimaatadaptatie, groen, natuur, landschap en de Omgevingswet, maak ik via zijn assistent een afspraak, om later van de bestuurswoordvoerder te horen dat een gesprek met Grashoff er niet in zit. Bas van der Pol voert het woord op het dossier-Wijkevoort, is de argumentatie: een andere wethouder mag ik van de bestuurswoordvoerder dan ook niet spreken.

Van der Pol is, net als de raadsleden aan het begin van deze raadsperiode, door Marjolein de Graaff uitgenodigd voor een fietstocht in het gebied. “Het is heel ongebruikelijk dat ik een afspraak heb van drie uur”, zegt Van der Pol daarover, “maar ik vond het belangrijk en waardevol. Als je zo’n opgave hebt als hier nu voor me ligt, dan moet je ook naar elkaar willen luisteren. Er zijn meer dan genoeg bezwaren de revue gepasseerd en zij hebben heel sterk een inhoudelijke opvatting over hoe het proces gelopen is. Daar ben ik voor een groot deel niet bij geweest, dus dat kan ik niet helemaal overzien.”

De wethouder erkent dat er zorgen leven, en wil als nieuwbakken wethouder zijn beste beentje voorzetten om naar die zorgen te luisteren. “Ik ga niet zeggen dat ik het allemaal eens ben met de zorgen die er zijn. Ik vind het wel relevant dat je ernaar luistert. Mensen hebben altijd terechte zorgen. Bewoners die het ervaren alsof ze niet serieus worden genomen, dat vind ik per definitie heel vervelend. Maar er zit geen institutionele intentie achter dat we niet met bewoners om tafel willen. Dat is niet zo.”

In een aantal mails tussen ambtenaren van de gemeente op dit dossier, die via de Wet openbaarheid bestuur zijn opgevraagd, ontstaat het beeld dat ambtenaren niet altijd goed weten hoe ze met de enorme weerstand moeten omgaan. Ambtenaren hebben onder meer besloten om te gaan “downsizen” wat de communicatie met de tegenstanders betreft en geven aan dat “een gesprek tussen de tegenstanders en de wethouder niet in die lijn past”. Een ambtenaar suggereert “niet te lang uit te weiden” en een andere ambtenaar is bang om een “lange mail terug te krijgen” van een tegenstander, waardoor ze “elkaar blijven bezig houden”.

Die mails kan Van der Pol niet overzien, zegt hij: “Ik vind het heel ongemakkelijk om erop in te gaan. Ik ben er niet bij geweest en ik ken de context ook niet. Ik weet niet over wie het gaat. Als iemand me zou bellen en de achtereenvolgende dagen nog eens tien keer zou bellen, dan kan ik me ook voorstellen dat je op een gegeven moment zegt dat we het hier even bij laten. Zonder enige context kan ik hier geen reactie op geven, maar alle ambtenaren die ik ken, zitten er met veel passie voor de publieke zaak in.”

Dat de omwonenden met geen letter in het masterplan voorkomen, zou nooit zijn inzet zijn geweest, zegt hij. “Het zou impliceren dat bewoners er niet toe doen. Volgens mij is dat niet de bedoeling. Ik kan me echter voorstellen dat die bewoners dat zo lezen en dat dat hun beeld versterkt van hoe ze behandeld worden. Ik kan niet terug in de tijd gaan om te beoordelen of dat toen wel of niet oprecht is gebeurd. Ik ga daar wel vanuit.”

Van der Pol heeft als nieuwe wethouder met zo’n korte staat van dienst inhoudelijk weinig te zeggen over de afgelopen jaren. Hij was er zelf niet bij, maar vertrouwt erop dat de gemeente naar eer en geweten heeft gehandeld. Op de stikstofkwestie met de twee boerenbedrijven heeft hij wel een reactie. Van der Pol zegt dat de gemeente wat dat betreft volledig binnen de regels handelt. “De stalcapaciteit is de stikstofruimte die genomen kan worden. Het zou kunnen dat die hoeveelheid stikstof op dat moment niet wordt uitgestoot, maar het gaat erom dat dat is wat je zou kunnen produceren op die locatie. Je hebt altijd te maken met een papieren werkelijkheid, of papieren koeien, in dit geval. Je kunt er wat van vinden of je zo wel zou mogen werken, maar volgens mij zitten wij er qua regelgeving netjes in.”

Dat de gemeente zoveel gronden opkoopt voor de realisatie van het gebied, heeft uiteindelijk als gevolg dat het gebied verloedert, zo vinden bewoners. De afgelopen tientallen jaren zijn er al kavels opgekocht door de gemeente, zelfs nog voordat de grondexploitatie officieel geopend werd, en dat heeft volgens bewoners een negatieve weerslag op de omgeving. In de door de gemeente opgekochte huizen komen mensen antikraak te wonen, die er soms een regelrechte janboel van maken. Het dieptepunt wordt bereikt als er een drugslab in het gebied wordt aangetroffen. In een pand van de gemeente, zelfs.

“Ik vind het natuurlijk heel vervelend dat daar zo’n lab gevonden wordt”, zegt wethouder Van der Pol daarover. “Ik vind het een heel fijn gebied om te zien, maar ik weet niet precies wat daar aan de hand is geweest. Ik vind dat een aandachtspunt om naar te kijken. Het is ook niet uniek: in de binnenstad heb je dat ook nog wel eens, dat panden achteruithollen en dat je daar zelf ook een rol in hebt”, besluit hij. “Ik ben blij dat we nu in elk geval van dat drugslab weten, dat we het hebben kunnen oprollen en dat we er wat aan hebben kunnen doen. En als huurders zich niet goed gedragen, moet je daar misschien ook wat aan doen.”

De gemeente heeft advies- en ingenieursbureau Sweco ingeschakeld voor dit project. Sweco verzorgt de projectleiding en levert onder meer een projectleider die samen met andere werknemers van Sweco en ambtenaren van de gemeente Tilburg aan de ontwikkeling van de plannen werken. Sweco was verantwoordelijk voor het milieueffectrapport: een rapport over de milieugevolgen van de komst van het bedrijventerrein. Sweco leverde een bijdrage aan het volledige rapport en verzorgde vier van de deelrapporten ervan. Ook het masterplan is in samenspraak met Sweco opgesteld.

Dat vinden bewoners vreemd. Een bedrijf dat de projectleiding verzorgt van een project, en vervolgens ook allerlei documenten oplevert, zou getuigen van een gebrek aan onafhankelijkheid. Volgens Susan Groot Jebbink, projectleider van Wijkevoort namens Sweco, is daar geen sprake van: “Sweco heeft niet de opdracht gekregen het bedrijventerrein te realiseren. Sweco heeft ook geen enkel belang in de ontwikkeling van Wijkevoort. Onze adviseurs willen gewoon een goed advies geven. Wij hebben er dus ook geen belang bij een slecht milieueffectrapport op te stellen.”

Als het bedrijventerrein gerealiseerd wordt, is de kans echter groot dat Sweco nog een aantal jaren een opdrachtgever treft in de hoedanigheid van de gemeente Tilburg. Er is dus in elk geval sprake van een financieel belang. Ook dat gegeven wordt door Groot Jebbink terzijde geschoven: “Sweco is een onafhankelijk adviesbureau dat goede adviezen geeft op basis van deskundigheid. Wij worden ingehuurd door een opdrachtgever. Ik zou niet weten waar de conclusie op gebaseerd is dat Sweco de komende jaren nog een goede opdrachtgever in huis heeft als Wijkevoort doorgaat. Wij hebben er geen belang bij.”

De gemeente Tilburg heeft Sweco de opdracht voor de projectleiding en de rapporten gegeven, maar denkt niet dat het nodig is geweest om voor de projectleiding en de rapporten bijvoorbeeld twee verschillende adviesbureaus in te schakelen. Wethouder Van der Pol: “Je geeft een opdracht op het netjes te organiseren. Wij hebben de opdracht verleend. Die keuze hebben wij gemaakt. Ik denk dat het prima kan, en als er twijfels over zijn kan ik die niet zo wegnemen, maar er is daar in elk geval geen discussie over geweest.”

Het milieueffectrapport is inmiddels door een onafhankelijke commissie beoordeeld. Die commissie oordeelde aanvankelijk dat de effecten van het bedrijventerrein goed in beeld worden gebracht, maar dat het rapport op minstens vijf punten tekortkomt. “Er is niet getoetst in hoeverre alle voorgenomen doelen en ambities van het plan met elkaar te verenigen zijn”, stelt het plan. Eén punt uit het plan is niet aan juridische kaders getoetst en de gevolgen van het eerste de beste alternatief voor Wijkevoort – een kleinere oppervlakte aan bedrijven met meer ruimte voor natuur – zijn in het milieueffectrapport niet beschreven. Dat zijn aandachtspunten voor de gemeente, volgens de commissie. De gemeente heeft die aandachtspunten inmiddels getackeld en de commissie geeft aan dat enkel de effecten van de uitstoot van stikstof op de omgeving nog onvoldoende in kaart zijn gebracht.

Dan is er nog de GGD. Tijdens één van de sessies van de omgevingsdialoog, een themasessie over milieueffecten, vragen bewoners in de chat om een onderzoek van de GGD naar de gezondheidseffecten. Tot dan toe is de GGD niet betrokken geweest bij het ontwikkelproces van het bedrijventerrein. Bewoners zien dat graag anders. In de chat vraagt een bewoner of “de GGD formeel kan worden gevraagd om advies uit te brengen over de gezondheidseffecten.” Hij benadrukt dat de GGD “niet even moet meedenken” maar “er serieus naar moet kijken en advies uit moet brengen.”

Groot Jebbink geeft in die sessie antwoord op de verzoeken om een onderzoek van de GGD. Wat ze precies zegt is wegens de niet-openbaarheid van de sessies niet helemaal duidelijk. Volgens bewoners belooft Groot Jebbink met de GGD een onderzoek te starten. In een latere sessie zegt voormalig wethouder Berend de Vries dat de gemeente contact opneemt met de GGD om in samenspraak te bekijken wat de GGD voor Wijkevoort kan betekenen. Van een echt onderzoek is dan al geen sprake meer.

Groot Jebbink zegt zelf dat ze geen onderzoek heeft beloofd. “Er is om een onderzoek gevraagd door de omwonenden, en ik heb tijdens de omgevingsdialoog aangegeven dat ik na zou gaan welke mogelijkheden er zijn om met de GGD in gesprek te gaan. Er is dus geen onderzoek toegezegd. Dat is wel de beleving van de omwonenden, en die ken ik ook. Een onderzoek van de GGD zou ook niet zoveel toevoegen, omdat er in het milieueffectrapport al veel staat over gezondheid. We hebben daarover ook gesprekken gehad met de GGD.”

De GGD komt wel met een beschouwing op de plannen, op verzoek van de gemeente. Daarin stellen ze onder meer dat het milieueffectrapport wel is getoetst aan de wettelijke richtlijnen, maar niet op de adviesrichtlijnen, en dat de ambities op het gebied van duurzaamheid en innovatie nauwelijks worden vertaald naar ambities op het gebied van gezondheid. Maar de GGD stelt ook dat er bij Wijkevoort veel aandacht is voor thema’s die de gezondheid van burgers positief beïnvloeden.

De bewoners zijn niet tevreden met een beschouwing alleen. Ze vragen zich af wat de effecten van het bedrijventerrein op de Reeshof, Gilze en Rijen zal zijn en willen weten waarom de GGD zo laat bij het planproces is betrokken. Ze willen graag een groter onderzoek, maar de GGD vraagt zich af of de gezondheidsrisico’s van het bedrijventerrein op bewoners in bijvoorbeeld de Reeshof zo specifiek onderzocht kunnen worden, blijkt uit het verslag dat de GGD heeft opgesteld na een gesprek met omwonenden.

Per saldo zijn de bewoners met weinig ingrepen die de gemeente doet tevreden. Ze stellen dat de gemeente heel erg haar best doet maar soms heel grote fouten maakt. De oorsprong van die houding jegens de gemeente lijkt vooral in het feit te schuilen dat de bewoners niet vanaf het begin zijn betrokken bij de ontwikkeling van de plannen. Achteraf blijkt dat maar lastig goed te maken. De gemeente kan dan nog aan zoveel touwtjes trekken als ze wil, maar de inspraak zal daarna nooit van een dusdanige kwaliteit zijn als-ie was geweest als de bewoners vanaf het begin aan tafel hadden gezeten.

Wat de toekomst brengt
De gemeente Tilburg had dit soort verzet ook nooit kunnen voorzien. Jarenlang zijn er in Tilburg bedrijventerreinen verschenen die maar weinig rumoer veroorzaakten. De grote hallen van Fujifilm, Tesla en Coolblue die al in Tilburg staan zijn onderdeel van het economische ecosysteem van de stad gaan uitmaken. Uit het verzet tegen dit nieuwe terrein blijkt dat economische groei ook een keerzijde heeft. En dat de belangen bij de realisatie van iets groots verder reiken dan financieel belang alleen.

Vermoedelijk stemt de gemeenteraad in november dit jaar over het bestemmingsplan: praktisch de laatste horde die de ontwikkeling van het bedrijventerrein nog in de weg staat. Voordat over dat bestemmingsplan kan worden gestemd, moet er een reactie komen op de zienswijzen die bewoners hebben ingediend op de plannen. Voor dit bedrijventerrein is een recordaantal aan zienswijzen ingediend. Er is geen ander Tilburgs dossier dat meer zienswijzen heeft ontvangen dan dit. Het zijn er meer dan vijfhonderd.

Mogelijk wordt de behandeling van het bestemmingsplan door die zienswijzen uitgesteld, en over de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 heen getild. Dat zou voor de kansen van de tegenstanders iets positiefs kunnen betekenen. Als er andere partijen in de coalitie komen, zou het bedrijventerrein wellicht van tafel kunnen worden geveegd. De vraag is of dat iets aan het gevoel van bewoners gaat veranderen.

Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen van 2018 haalde Tilburg van alle Noord-Brabantse gemeenten namelijk een van de laagste opkomstpercentages. De affiniteit met lokale politiek is in Tilburg klein. Hier merken mensen doorgaans pas dat er wat schort aan het gemeentebeleid als er een verkeersbord mist, als er massaal scooters op de stoep rijden of als er afval op straat wordt gedumpt. De belevingswereld van de Tilburger reikt zelden tot in de raadszaal. Dat toont aan dat dit dossier daadwerkelijk iets heeft losgemaakt bij de Tilburgse bevolking.

Wat binnenkort de uitkomst ook zal zijn, wel of geen nieuw bedrijventerrein: bewoners zijn er de gemeente in elk geval niet méér door gaan vertrouwen. Burgers komen steeds verder van de politiek af te staan, hoe goed de bedoelingen van de gemeente ook zijn geweest. Ze hebben zichzelf tegen wil en dank in een positie gemanoeuvreerd die hen de gelegenheid heeft gegeven mee te praten over plannen die ze niet willen. De bewoners zijn piloten zonder vliegtuig, die vanaf de grond de kisten in de lucht mogen gadeslaan, maar zelf niet aan de knoppen mogen zitten. In dit dossier heeft de boze burger zich opgeworpen als een constructieve en goed ingelezen gesprekspartner die de plannen ten goede heeft gekeerd, maar aan het einde van de rit weinig zelf voor het zeggen heeft.

Desondanks bestaat een overheid ook uit mensen, en is een wethouder of raadslid ook maar van vlees en bloed. Zij moeten voortdurend hun keuzes verdedigen en duidelijk maken dat ze goed zijn afgewogen. De overheid bestaat zelf uit de burgers waar ze beleid voor maakt, maar klaarblijkelijk heeft dat in dit dossier gezorgd voor een wrang vacuüm waarin de gemiddelde bewoner zich niet meer in de gemeente herkent. Wat zich op nationaal niveau kan voltrekken, voltrekt zich ook op lokaal niveau. Op lokaal niveau zijn ambtenaren misschien toegankelijker, en is een compromis wellicht makkelijker gesloten, maar dit dossier toont aan dat het ook lokaal soms lastig boeren is.

Over enkele jaren zal dit verhaal er een uit duizenden zijn. De komst van logistiek en industrie is met ons huidige consumptiegedrag onvermijdelijk. We willen allemaal online bestellingen kunnen doen. Raadsleden en bewoners op dit dossier geven het zelf stuk voor stuk ruimhartig toe. Om dit soort verhalen in de toekomst te voorkomen, is ook een cultuuromslag nodig, en moet de doorgeslagen consumptiemaatschappij tot bedaren worden gebracht.

De vraag is of de inwoners van Nederland dat willen, en of dat überhaupt kan. De coronacrisis heeft ons in elk geval geleerd dat grenzeloosheid niet bestaat, dus de vraag is of we zelf willen ontdekken waar onze grenzen liggen, of dat we daarvóór al op de rem willen trappen. Als deze maatschappij ooit om een cultuuromslag zou vragen, maakt dit dossier in ieder geval duidelijk dat we daar ook de burger voor nodig hebben. ●

Alle betrokkenen hebben drie weken de gelegenheid gehad om het verhaal te lezen en eventuele feitelijke onjuistheden te corrigeren. Ook de voormalige wethouders Mario Jacobs en Berend de Vries, die niet over dit onderwerp wilden praten, hebben die gelegenheid gekregen. Voormalig wethouder Mario Jacobs heeft feitelijke onjuistheden geconstateerd die vervolgens gecorrigeerd zijn. Voormalig wethouder Berend de Vries heeft geen reactie op het verhaal gegeven.

 

Opbrengsten en uitgaven
Journalistiek onderzoek kost tijd en geld. Dit verhaal heeft mij als zelfstandig journalist 80 uur werk gekost. Daarmee is dit verhaal wat arbeidslast betreft 2727,20 euro waard. De fotograaf heeft acht uur werk gehad en een vergoeding van 384 euro gehad. De eindredacteur heeft vijf uur werk gehad en een vergoeding van 170,45 euro gehad. Daarnaast zijn er andere kosten gemaakt, zoals reiskosten. Die kosten bedragen bij dit verhaal 36 euro. De totale waarde van alle journalistieke werkzaamheden voor dit verhaal komt daarmee neer op 3317,65 euro.

Met dank aan het Tilburgs Mediafonds, mijn abonnees en donateurs heb ik aan dit verhaal 2706,30 euro verdiend. Het Tilburgs Mediafonds verzorgde 2683,19 euro, mijn abonnees en donateurs verzorgden 23,11 euro. Helaas heb ik dus nog niet alle kosten weten te dekken. Help me nu mijn kostenplaatje te dichten en sluit een abonnement af.

De kosten in dit blokje zijn in week 39 van 2021 door onzorgvuldigheid tijdelijk onjuist weergegeven. De bedragen zijn inmiddels juist.

 


Dit verhaal is gerealiseerd met steun van het Tilburgs MediafondsTilburgs Mediafonds: nieuwe aanvraagronde voor stimuleringsbijdrage - Tilburgs Mediafonds
Share on facebook
Share on twitter
Share on tumblr
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Nog meer bijzondere verhalen

8 reacties

  1. Goed verhaal, en deze passage vat het heel goed samen: “Dit verhaal legt de verbindingen bloot tussen een lokale overheid en het vastgoedbedrijf van een multimiljonair. Het is een verhaal over dromen en ambities, over verzet en tegenmacht, over kortzichtigheid en mismanagement, over inschattingsvermogen of een gebrek daaraan. Dit verhaal stelt een cultuur aan de kaak waarin koehandel wordt gespeeld met schaarse grond en waar het grote geld nogal veel voor het zeggen lijkt te hebben. “

  2. dank voor deze longread, verhelderend om de hele historie ( een drama!) in enige chronologische volgorde te kunnen lezen ( en ook nog herlezen) wie de ‘Jeanne d’Arc ‘ is geweest om protest op gang te brengen en wie haar “legeraanvoerders”.. hoe alles draait om de chantabele situaties tussen enerzijds het grootkapitaal en anderzijds een gemeente die volkomen diffuus / incapabel/ star handelt en de burger die – net als in de toeslagenaffaire- volkomen weggevaagd wordt.
    Terwijl het om heel veel meer gaat, nl de opwarming van de aarde / klimaatverandering / leefbaarheid.
    in de derde laatste alinea vindt ik dat je de boel te veel globaal gooit op consumenten – gedrag.
    maar je bent jong en mijn oprechte complimenten!!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.